In dit artikel staan diverse fiscale wijzigingen uit het belastingpakket 2020.

Belastingplan 2020

Verhuurderheffing
Er wordt een structurele heffingsvermindering geïntroduceerd voor nieuwbouw van woningen met een huur onder de laagste aftoppingsgrens van de huurtoeslag in regio’s waar de druk op de woningmarkt het grootst is. Daarnaast komt er een tijdelijke vrijstelling voor tijdelijke woningen die gerealiseerd worden in de periode 2020-2024.

Belastingen van rechtsverkeer
Er komt een vrijstelling van assurantiebelasting voor verzekeringen die geheel of gedeeltelijk mogelijke financiële verplichtingen afdekken die een werkgever heeft bij de verplichting om het loon van een werknemer door te betalen in geval van ziekte of als eigenrisicodrager zelf het risico draagt van de betaling van ziekengeld, WGA- en overlijdensuitkeringen.

Daarnaast wordt er een vrijstelling van assurantiebelasting geïntroduceerd voor brede weersverzekeringen die zijn afgesloten door actieve landbouwers.

Accijnzen
De accijnstarieven van sigaretten en rooktabak worden per 1 april 2020 verder verhoogd dan voorzien in het regeerakkoord.

Belastingen BES-eilanden
Er gaat ook een rentevergoeding plaatsvinden bij te late betaling door de Belastingdienst Caribisch Nederland op grond van de Belastingwet BES. De afwijkende regeling die geldt voor loon belast volgens de tabel voor bijzondere beloningen in de Wet inkomstenbelasting BES, vervalt.

Overige fiscale maatregelen 2020

Invordering
Het voorstel is om in de IW 1990 expliciet vast te leggen welke gegevens de Belastingdienst kan opvragen bij banken voor het afboeken van betalingen op een in te vorderen bedrag. Bij natuurlijke personen gaat het om: naam, adres en geboortedatum. In andere gevallen gaat het om: naam, adres (vestigingsplaats) en KvK-nummer. Doel van het voorstel is dat de Belastingdienst bij het ontbreken van een betalingskenmerk de betaling kan traceren. Dat voorkomt een onnodig invorderingstraject. 
Het voorstel is getoetst aan het EVRM, de AVG en Privacy Impact Assessment (PIA).

Schenk- en erfbelasting
Voorgesteld wordt geen belastingrente in rekening te brengen indien het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting of de aangifte is ontvangen binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt, indien de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte. Het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend vangt aan op het moment waarop de in die situatie geldende aangiftetermijn is verstreken.

Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord

Belastingen van rechtsverkeer
Het kabinet stelt voor om het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen te verhogen met 1%-punt. Het tarief gaat daardoor van 6% naar 7%. Voor woningen blijft het verlaagde tarief van 2% van toepassing. De verhoging van het algemene tarief treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Wet bronbelasting 2021

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. Het kabinet stelt voor om met ingang van 1 januari 2021 een conditionele bronbelasting te introduceren op renten en royalty’s naar laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties. Verder wordt aanpassing van bestaande antimisbruikbepalingen in de vpb en de dividendbelasting voorgesteld. Invoering hiervan is mogelijk per 1 januari 2020.

Voor de toepassing van de bronbelasting is reële aanwezigheid in Nederland niet relevant. Verder kan tussen de voorgestelde bronbelasting en de aftrekbeperkingen in de vpb samenloop optreden. Gezien het antimisbruikkarakter van de bronbelasting is geen uitzondering gemaakt in de bronbelasting voor gevallen waarin tevens een aftrekbeperking van toepassing is.

De bronbelasting wordt geheven in gelieerde verhoudingen. Voor de term gelieerdheid is aangesloten bij het door het Hof van Justitie EU ontwikkelde criterium. Er is onder meer sprake van gelieerdheid, als het voordeelgerechtigde lichaam een kwalificerend belang heeft in het betalende lichaam of als het betalende lichaam een kwalificerend belang heeft in het voordeelgerechtigde lichaam. Ook is sprake van gelieerdheid als een derde een kwalificerend belang heeft in zowel het voordeelgerechtigde lichaam als het betalende lichaam. Van een kwalificerend belang zal in ieder geval sprake zijn als het belang meer dan 50% van de statutaire stemrechten vertegenwoordigt.

Laagbelastende jurisdicties (LBJ) worden aangewezen bij ministeriële regeling. Het gaat om jurisdicties die lichamen niet of naar een tarief van minder dan 9% onderwerpen aan een winstbelasting of die zijn opgenomen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Als Nederland een belastingverdrag heeft met jurisdicties die op de bij ministeriële regeling vast te stellen lijst zijn of worden opgenomen, geldt een driejaarstermijn. Dit betekent dat betalingen aan in verdragsstaten gevestigde gelieerde lichamen niet eerder aan de heffing van de bronbelasting zullen worden onderworpen dan nadat drie kalenderjaren zijn verstreken na de eerste aanwijzing. Dit is een redelijke termijn om verdragsonderhandelingen op te starten.

De belastingplicht richt zich primair op rechtstreekse betalingen aan gelieerde lichamen gevestigd in een laagbelastende jurisdictie. Daarnaast beschrijft het kabinet vergelijkbare situaties waarin ook bronbelasting verschuldigd zal zijn. Bijvoorbeeld in geval van toerekening van een voordeel aan een vaste inrichting of in geval van een betaling aan een hybride lichaam.

Bronbelasting wordt ook verschuldigd bij kunstmatige structuren die zijn bedoeld om Nederlandse bronbelasting te ontwijken. In de voorgestelde antimisbruikbepaling wordt bronbelasting geheven van de tussenschakel. Als een tussenschakel is gerechtigd tot de voordelen met als hoofddoel of een van de hoofddoelen om de heffing van bronbelasting bij een ander te ontgaan en er sprake is van een kunstmatige constructie of transactie, wordt bronbelasting geheven. De antimisbruikbepaling is momenteel niet van toepassing als de tussenschakel voldoet aan substance-eisen. De rol van de huidige substance-eisen wordt echter gewijzigd.

Het tarief van de bronbelasting zal in 2021 21,7% zijn. Verder worden maatregelen voorgesteld op het vlak van het formele belastingrecht, zoals naheffingsmogelijkheden, en de invordering.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Dossiers: Prinsjesdag 2019

Uitsluiting Nieuwsbrief: Uitsluiting Nieuwsbrief

  1681
Gerelateerde artikelen