De naheffingsaanslag voor een man die een procedure was gestart over de bijtelling voor privégebruik van zijn auto moet aangepast worden. Dat heeft Hof Den Haag in hoger beroep beslist. Ook geven de rechters het ministerie van Financiën in overweging de hardheidsclausule in deze zaak toe te passen, omdat de nu gehanteerde stelselmatige uitsluiting hiervan bij bijtelling privégebruik auto’s niet past bij een zorgvuldige overheid.

De zaak verloopt als volgt. Een echtpaar (hij en zijn vrouw) werken bij hetzelfde bedrijf en hebben allebei een auto van de zaak. Zij spreken af alleen de auto van de vrouw voor privédoeleinden te gebruiken. De vrouw overlijdt medio 2019. Tot haar overlijden heeft de werkgever geen bijtelling toegepast bij de man (auto 1), maar wel bij de vrouw (auto 2).

Vlak na het overlijden van de vrouw ruilt de man, op verzoek van de werkgever, auto 1 om voor auto 2. Vervolgens is bij hem voor de rest van het jaar wel bijtelling voor auto 2 toegepast. De Belastingdienst legt echter ook een naheffingsaanslag loonbelasting op voor de bijtelling voor het privégebruik van auto 1 door de man over het eerste deel van 2019, omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed voor 0%-bijtelling. Hij heeft namelijk in het gehele kalenderjaar 2019 niet met auto 1 en auto 2 samen minder dan 500 kilometer privé gereden.

Volgens Hof Den Haag heeft de man weliswaar niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden om 0%-bijtelling toe te passen, maar is het bedrag van de naheffingsaanslag te hoog. Omdat de man en de vrouw voor hetzelfde bedrijf werkten en ze hadden afgesproken auto 1 alleen te gebruiken voor (het gezamenlijke) woon-werkverkeer, moet de bijtelling worden verdeeld tussen de man en de vrouw. De bijtelling van de man wordt door het hof daarom ongeveer gehalveerd.

Hardheidsclausule en zorgvuldige overheid

De man heeft – buiten deze procedure om – bij het ministerie van Financiën gevraagd om toepassing van de hardheidsclausule. Bij een hardheidsclausule wordt gevraagd om een uitzondering op de wettelijke regel, als de wet tot onredelijke gevolgen leidt.

Het ministerie heeft dit verzoek afgewezen, omdat het vast beleid is dat de hardheidsclausule nooit wordt toegepast als het gaat om de bijtelling privégebruik auto. De belastingrechter is niet bevoegd de hardheidsclausule toe te passen en is ook niet bevoegd te controleren of de afwijzing door het ministerie terecht is. De rechtbank had in deze procedure wel de hardheidsclausule toegepast, en hoewel dat niet mag, heeft het Haagse hof daar in dit geval begrip voor.

‘Ten overvloede’ (en dus niet bindend) overweegt het hof dat een beleidsmatige en stelselmatige uitsluiting van de hardheidsclausule niet past bij de zorgvuldigheid die van de overheid mag worden verwacht. De bijzondere omstandigheden van dit geval dwingt de overheid tot een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen. Dat is hier niet gebeurd, terwijl deze schrijnende situatie mogelijk voorkomen had kunnen worden, zo constateren de rechters. Het hof geeft het ministerie in overweging het beroep op de hardheidsclausule opnieuw te beoordelen.

De uitspraak heeft het jurisprudentienummer ECLI:NL:GHDHA:2022:9. De rechtbankuitspraak is op TaxLive gepubliceerd onder de titel Rechter past menselijke maat toe bij dubbele belastingheffing over privégebruik auto van de zaak.

Bron: Hof Den Haag

Focus: Focus

Informatiesoort: Nieuws

Carrousel: Carrousel

Rubriek: Loonbelasting

  1097
Gerelateerde artikelen