Rechtbank Midden-Nederland heeft in april van dit jaar de Belastingdienst ten onrechte een veel te lange termijn gegeven om te beslissen op aanvragen voor compensatie in de hersteloperatie toeslagen of op bezwaarschriften tegen beslissingen hierover. De wetgever is hier aan zet, niet de bestuursrechter, aldus de Raad van State (RvS) in twee uitspraken.

Rechtbank Midden-Nederland heeft in zijn beslissing geprobeerd een oplossing te bieden voor het probleem van de onhaalbare beslistermijnen voor de Belastingdienst door een langere beslistermijn te geven tot 1 juli 2024.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deelt de analyse van de rechtbank dat de wetgever bewust onrealistische beslistermijnen in de Wet hersteloperatie toeslagen heeft opgenomen. Maar zij volgt de rechtbank niet in haar poging hiervoor een oplossing te bieden. Want het is niet de taak van de bestuursrechter om een structurele, collectieve oplossing voor deze problemen te bieden. Dat kan alleen de wetgever doen.

De Afdeling bestuursrechtspraak volgt op dit punt daarom Rechtbank Rotterdam die ook in april van dit jaar een uitspraak heeft gedaan in een soortgelijke zaak en wel heeft vastgehouden aan de tot dan toe gehanteerde beslistermijn.

De volledige uitspraken van de hogere beroepen staan op de website van de RvS onder de nummers ECLI:NL:RVS:2023:3209 (Rechtbank Midden Nederland) en ECLI:NL:RVS:2023:3208 (Rechtbank Midden-Nederland).

Bron: RvS

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Toeslagen en zorgverzekeringswet

310

Gerelateerde artikelen