Het Hof van Justitie oordeelt dat met de toepassing van het Belastingverdrag VS - Spanje de beperking van het vrije verkeer van kapitaal kan worden geacht te worden geneutraliseerd. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden.
Het Hof van Justitie oordeelt dat Polen geen belasting op civielrechtelijke handelingen mag heffen in verband met de omzetting van een commanditaire vennootschap in een vennootschap onder firma. Het Hof van Justitie gaat er daarbij wel vanuit dat de CV en de VOF een winstoogmerk nastreven.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Duitsland een bepaalde IB-verlaging in verband met werkzaamheden van ambachtslieden in een huishouden niet toekent wanneer deze werkzaamheden in Zwitserland worden verricht.
Hof Den Haag oordeelt dat de transferpricingdocumentatie ernstige gebreken vertoont en dat X BV zich bewust had moeten zijn van de onzakelijkheid van de gehanteerde vergoedingen.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X BV niet aannemelijk maakt dat tegenover een betaling van € 700.000 aan gestelde prestatievergoedingen een reële tegenprestatie staat, waardoor de inspecteur de kosten terecht corrigeert.
De Minister en de Staatssecretaris van Financiën hebben op Prinsjesdag het wetsvoorstel Belastingplan 2027 (37022) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2027. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt. Waar een afwijkende inwerkingtreding geldt, wordt dat hieronder vermeld. Tevens heeft de staatssecretaris een nota van wijziging aangekondigd.
De Kennisgroep IBR VPB & winst stelt dat de vrijheid van kapitaalverkeer zich niet verzet tegen toepassing van de vergelijkbare-functie-uitzondering ex. art. 4 lid 3 onderdeel b Wet DB 1965. Een buitenlands beleggingsfonds dat een met een fiscale beleggingsinstelling (FBI) vergelijkbare functie vervult, heeft geen recht op de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting. Het standpunt vormt een vervolg op het Kennisgroepstandpunt Belastingdienst, KG:024:2025:7, V-N 2025/33.11.
De Kennisgroep IBR VPB & winst oordeelt dat de objectvrijstelling van art. 15e Wet VPB 1969 van toepassing is op inkomsten uit vastgoed dat een Nederlandse vennootschap bezit op Noord-Cyprus.
In dit artikel staan alle wijzigingen op het gebied van de vennootschapsbelasting, dividendbelasting en minimumbelasting uit het belastingpakket 2027 per wetsvoorstel.
Het Hof van Justitie legt in de procedure van FF Skagen A/S uit wanneer vis en visresten niet voor menselijke consumptie geschikt zijn en onder hoofdstuk 5 van de GN vallen. Het is aan de Deense rechter om te beoordelen of deze goederen als ongeschikt voor menselijke consumptie moeten worden beschouwd.