De toeslagenaffaire is een "ramp in slow motion" en het gevolg van een slecht systeem, niet van slechte mensen. Dat stelt althans Jaap Uijlenbroek, die tussen 2017 en 2020 de hoogste baas was bij de Belastingdienst, verantwoordelijk voor de toeslagen.

Uijlenbroek is vrijdag een van de laatste topambtenaren die onder ede wordt gehoord over de affaire met de kinderopvangtoeslag. De parlementaire ondervragingscommissie probeert te achterhalen hoe de fraudejacht zo uit de hand heeft kunnen lopen en hoe onderdelen van de overheid burgers zo kil heeft kunnen behandelen. Die vraag is niet zo makkelijk beantwoord, denkt Uijlenbroek.

"U denkt misschien: welke ambtenaar moeten we hier nou van beschuldigen? Ik moet u teleurstellen, die gaat u niet vinden", zegt hij tegen de commissie. Er zijn fouten gemaakt "van het hoogste niveau tot het allerlaagste niveau. Zo ontsporen treinen", zegt Uijlenbroek. Tijdens zijn verhoor noemt hij telkens het 'systeem' als schuldige, in plaats van de ambtenaren.

Bovendien ging het volgens hem niet alleen fout bij de Belastingdienst, maar bij "de hele overheid, omvattende de Tweede Kamer, de regering en het ambtelijk functioneren".

Uijlenbroek kwam begin 2017 bij de fiscus, toen de dienst al in grote crisis verkeerde, zij het om heel andere redenen en vertelde over de Belastingdienst die hij in 2017 aantrof. De dienst verkeerde in crisis, en de focus op het snel en zonder al te veel mankracht uitvoeren van processen zorgde ervoor dat de rechtsstatelijkheid in het geding kwam, aldus de topambtenaar. Dat gold voor zowel de afdeling Toeslagen als erbuiten.

"Ik had ook buikpijn hoor!"

Verder zegt de oud-directeur dat in de nasleep van een grote, bekende fraudezaak "de Belastingdienst meedeinde" met de cultuur waarin de jacht op fraudeurs centraal stond. Ook het beleid waarbij ouders grote bedragen kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen als zij een klein foutje hadden gemaakt, werd maar geaccepteerd door ambtenaren bij de dienst.

Anders dan veel van zijn oud-collega's, zei Uijlenbroek dat er niet veelvuldig aan de bel is getrokken over de 'alles-of-niets-regels' die ouders soms in grote geldproblemen stortte. "Ik had ook buikpijn hoor!" aldus Uijlenbroek, verwijzend naar de uitspraken van Financiën-ambtenaren die eerder deze week moesten getuigen. "Er was een soort ‘acceptatie’ dat het dan zo maar moest", stelde hij. "Niemand heeft tegen mij gezegd: Jaap, hier moeten we wat aan doen."

Uijlenbroek uitte verder zijn onvrede over hoe er is omgegaan met de crisisaanpak van Financiën die werd aangekondigd nadat het ministerie een "draai" had gemaakt, en de eerste ouders in de toeslagenaffaire gelijk gaf. Hij werd op een zijspoor gezet, vond hij. Uit interne stukken blijkt dat hij sprak van een "ondergraving van zijn positie".

Over de opstelling van het kabinet is hij ook niet bepaald tevreden. De manier waarop nu de compensatie voor getroffen ouders wordt geregeld had het kabinet al veel eerder kunnen bedenken, stelde Uijlenbroek. Begin januari dit jaar vertrok hij bij de dienst, naar verluidt mede door de onvrede van minister van Financiën Wopke Hoekstra over hoe Uijlenbroek de afhandeling van de toeslagenaffaire had aangepakt.

Bron: ANP

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

  277
Gerelateerde artikelen