De inkomenseffecten van de per 1 januari ingevoerde uniformering van het loonbegrip worden binnen een paar maanden geanalyseerd, zo heeft Staatssecretaris Weekers in een debat laten weten. Oorspronkelijk was het op grond van twee aangenomen moties de bedoeling de evaluatie pas na verloop van tijd uit te voeren, maar onder druk van de Tweede Kamer haalt de bewindsman dit nu naar voren, zodra er in maart of april voldoende gegevens in de polisadministratie voorhanden zijn. In de zogenoemde augustusbesluitvorming - waarbij de begroting voor volgend jaar wordt gemaakt - kan dan nog worden besloten of er al dan niet aanpassingen in het inkomensbeeld nodig zijn. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet evenwel direct al weten dat: "Ruimte voor de compensatie voor de ene groep alleen te vinden is door die ruimte bij een andere groep weg te halen".

 

Ophef

De ophef over de uniformering van het loonbegrip ontstond in eerste instantie door de inkomensachteruitgang van gepensioneerden van soms wel netto een paar tientjes per maand. Schouten (CU) sprak over een daling van 6 à 7 procent. Naast de uniformering van het loonbegrip en andere fiscale maatregelen zoals de btw-verhoging en assurantiebelastingverhoging komt dit ook door maatregelen in de pensioenen, de zorg en de sociale zekerheid. De Kamer wordt steeds over afzonderlijke delen geïnformeerd, waardoor het totaalbeeld van de stapeling van maatregelen vertroebelt zo fulmineerde Schouten.  Asscher zegde toe dat hij de cumulatie van alle verschillende maatregelen in beeld zal brengen.

Spiegel

Weekers hield de Kamer ook een spiegel voor.  Begin 2011 was de Wet uniformering loonbegrip al door de Tweede Kamer behandeld, waarbij ook de inkomenseffecten aan de orde waren gekomen. Bij een vereenvoudigingoperatie horen nu eenmaal winnaars en verliezers. "Ik kan het ook niet mooier maken", verontschuldigde hij zich enigszins, maar "de Kamer moet nu niet ook ineens de handen er vanaf trekken". De destijds met algemene stemmen aangenomen motie Van Vliet/Neppérus roept op om binnen een jaar na inwerkingtreding de inkomenseffecten (van de flankerende maatregelen) voor werknemers te evalueren en de eveneens met algemene stemmen aangenomen motie Neppérus/Van Vliet roept op een jaar na inwerkingtreding de loonkosten voor bedrijven te evalueren. Weekers trekt de uitvoering van deze twee moties nu dus naar voren en zal daarbij naast werknemers ook kijken naar gepensioneerden, vutters, zzp'ers en andere groepen. Ook gaat de bewindsman de doelstellingen van de wet in de evaluatie betrekken.

Militairen volledig gecompenseerd

Een dag eerder was er ook al een debat over de effecten van uniformering van het loonbegrip voor militairen. Minister Hennis-Plasschaert van Defensie is vastberaden om linksom of rechtsom tot een structurele oplossing te komen om militairen te compenseren voor de negatieve inkomenseffecten. Hennis-Plasschaert zal verschillende alternatieven in kaart brengen en de Kamer hierover informeren, waarbij ze opmerkt dat de oplossing "geen sigaar uit eigen doos" mag zijn. Militairen vallen niet onder de zorgverzekeringswet (zvw), aangezien zij onder een eigen zorgsysteem van Defensie vallen. Door de uniformering van het loonbegrip vervalt de belastbaarheid bij werknemers van de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB). De IAB is omgezet in een werkgeversheffing, waardoor werknemers een belastingvoordeel zouden hebben. Om dit effect tegen te gaan, zijn belastingverhogende maatregelen genomen zoals onder meer een tariefsverhoging in de eerste belastingschijf. Militairen hebben geen voordeel van het vervallen van de IAB, maar worden wel geconfronteerd met de belastingverhoging. Weekers memoreerde in het debat een dag later echter dat dit effect eigenlijk ook voorkomt bij de dga en de zzp'ers, hoewel laatstgenoemde groep enigszins gecompenseerd wordt door de verhoging van de mkb-winstvrijstelling.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingrecht, Loonbelasting, Sociale zekerheid, Premieheffing

3

Gerelateerde artikelen