Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken laat in de Prinsjesdagstukken weten dat de motie om een gedifferentieerde overdrachtsbelasting voor de woningmarkt te onderzoeken nog in behandeling te hebben. In oktober wil ze hierover de Tweede Kamer informeren.

De differentiatie bestaat uit het schrappen van de overdrachtsbelasting voor starters op de koopwoningmarkt en een verhoging van het tarief voor vastgoedbeleggers met meer dan twee woningen.

Dit betekent dat de eerder aangekondigde afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters voorlopig van de baan is. Vorige maand schreef RTL Nieuws op basis van Haagse bronnen dat in de plannen voor volgend jaar zou worden voorzien in een vrijstelling voor starters bij de aankoop van hun eerste woning. Dat bericht blijkt dus voorbarig.

De oorzaak ligt waarschijnlijk in de uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst. De Belastingdienst staat immers al onder druk. Bij de uitvoering van de geplande maatregel zou de Belastingdienst hulp moeten krijgen van het Kadaster en het notariaat. Zij moeten dan vast gaan stellen of iemand een starter is of juist een belegger die woningen opkoopt en verhuurt.

Tarief voor niet-woningen stijgt

De overdrachtsbelasting voor vastgoed dat geen woning is, gaat vanaf 2021 omhoog van 6% naar 7%. Dat staat in het wetsvoorstel Fiscale maatregelen Klimaatakkoord. Onder niet-woningen vallen naast bedrijfspanden, hotels en pensions ook grond voor woningbouw, ziekenhuizen en aanlegplaatsen voor woonboten. De extra belasting moet geld opleveren voor de uitvoering van het Klimaatakkoord.

Bron: Redactie TaxLive

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Dossiers: Prinsjesdag 2019

  697
Gerelateerde artikelen