Man en vrouw verschillen van mening hoe de overwaarde te verdelen. Het hof concludeert dat de hypothecaire geldlening uitsluitend de man aangaat, omdat de vrouw haar aandeel in de woning contant heeft betaald.

De zaak (Hof Den Haag 21-04-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:915) verloopt als volgt. Man en vrouw hebben jarenlang samengewoond in een woning die zij in 2010 samen (50/50) hebben gekocht voor € 445.000. De vrouw heeft haar aandeel in de woning contant betaald (uit de overwaarde van een eerdere woning en een lening bij haar moeder). De man heeft zijn aandeel volledig gefinancierd met een geldlening bij de bank. Op die lening zijn man en vrouw hoofdelijk medeschuldenaar. De woning is per 1 februari 2018 verkocht voor € 475.000. Man en vrouw verschillen van mening hoe de overwaarde te verdelen.

Het hof constateert dat zowel man als vrouw voor de hypothecaire lening van de man hoofdelijk waren verbonden, maar enkel omdat de bank, zoals gebruikelijk, verlangde dat de vrouw als (beoogd) mede-eigenaar meetekende. Dat maakt haar in de interne verhouding tussen de man en de vrouw niet (mede) draagplichtig voor de lening. De interne draagplicht rust enkel op de man. Daardoor heeft de vrouw recht op de helft van de verkoopsom, zijnde € 237.500.

Belang voor de praktijk

Als twee ongehuwden samen een woning kopen om daarin te gaan samenwonen, dan zijn zij in beginsel voor gelijke delen gerechtigd in de eigendom van de woning. Op een hypothecaire geldlening aan samenwoners, zijn doorgaans beide partners (hoofdelijk) schuldenaar. Omdat er twee hoofdelijke schuldenaren zijn, kan de bank de gehele vordering op één of beiden verhalen. Daarmee is echter niet gezegd dat elke koper 50% van de schuld heeft.

Voor de onderlinge schuldverhouding is het van belang te kijken naar de afspraken die bij de aankoop en de financiering zijn gemaakt. Hoofdelijk schuldenaren zijn slechts draagplichtig voor het gedeelte van de schuld dat hen in de onderlinge verhouding aangaat (art. 6:10 BW). Een andere dan gelijke schuldverhouding kan bijvoorbeeld ontstaan als de een meer eigen geld inbrengt dan de ander. Dat was in deze zaak het geval. Het is in verband met bewijslast verstandig om de onderlinge verhoudingen vast te leggen in bijvoorbeeld een draagplichtovereenkomst.

Lees over de draagplicht van een hypotheek ook een uitspraak van Hof Den Bosch van eind vorig jaar.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting, Huwelijksvermogensrecht

  616
Gerelateerde artikelen