Het kabinet kiest in box 3 voor de snelste route naar de vermogenswinstbelasting (VWB) en wil een regeling voor NSW-landgoederen. Daarmee werpt het kabinet alvast een reddingsboei uit. De VWB pakt namelijk volgens de eigenaren van deze landgoederen bij bijvoorbeeld overlijden ongunstig uit. Dan kan namelijk inkomstenbelasting zijn verschuldigd over de waardestijging van de bebouwing op het landgoed in box 3, zonder dat geld vrijkomt om die belasting te kunnen betalen.
Snelste route
Voor vastgoed in box 3 en startende ondernemingen was de keuze voor de VWB per 2028 al gemaakt in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (Wwr). Per 2028 gaan ook alle financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties mee over naar de VWB. In 2030 volgen de laatste vermogensbestanddelen in box 3 zoals beleggingsgoud, cryptovaluta en verzekeringsproducten. Bij die laatste stap per 2030 wil het kabinet ook een regeling voor landgoederen binnen de Natuurschoonwet ‘meenemen’. Daarvoor zal het kabinet nog wel naar de uitvoerbaarheid kijken. Dat blijkt uit de Kamerbrief van eind september 2026.
Meerdere generaties familiebezit
Het bovenstaande betekent dat de vermogensaanwasbelasting (VAB) van de baan is voor box 3. Het kabinet komt daarmee tegemoet aan de brede kritiek op de VAB. De kritiek ziet op de jaarlijkse heffing van inkomstenbelasting over de waardeontwikkeling omdat er dan nog geen inkomsten vrijkomen. Bij de VWB is die waardeontwikkeling (pas) belast bij ‘vervreemding’. Vaak zal dat bij verkoop zijn. Als er dan vermogenswinst is, kan de verkoper in principe de inkomstenbelasting hierover betalen met een deel van de dan vrijgekomen verkoopopbrengst.
Bij bijvoorbeeld overlijden is ook sprake van dit fiscale begrip ‘vervreemding’. De heffing op basis van de VWB vindt dan niet bij verkoop maar al eerder plaats, namelijk bij het overlijden. Het gaat om de vermogenswinst vanaf de ingangsdatum van het nieuwe box 3-stelsel (1 januari 2028) tot de datum van overlijden. De erfgenamen krijgen daardoor te maken met een box 3-heffing over de vermogenswinst. Juist daar knelt het volgens de eigenaren van NSW-landgoederen, die vaak meerdere generaties lang familiebezit blijven. Anders dan bij een verkoop, komen dan geen liquiditeiten vrij uit het landgoed om de verschuldigde belasting over de waardestijging te kunnen betalen.
Vrijstelling in box 3 voor groen, niet voor rood
De heffing in box 3 over de waardestijging treft de op deze NSW-landgoederen voorkomende gebouwde eigendommen in box 3. In cultureel erfgoedjargon heet dat het ‘rood’. Voor de grond van het NSW-landgoed – het ‘groen’ – geldt immers al een vrijstelling in box 3, zowel in de huidige wetgeving als in de Wwr.
“Box 3-heffing kan leiden tot versnippering landgoed”
Landgoedeigenaren vrezen dat de box 3-heffing bij overlijden ertoe kan leiden dat hun erfgenamen de landgoederen, of delen daarvan, bij de overdracht aan de volgende generatie noodgedwongen moeten verkopen. Dat leidt dan tot versnippering van de landgoederen. Dit geldt in ieder geval voor de niet-vermogende eigenaren.
Daar sluit de aangenomen motie-Grinwis/Vermeer bij aan. Deze motie verzoekt het kabinet een regeling uit te werken waarin bij vererving of schenking de papieren waardestijging van landgoederen binnen de Natuurschoonwet niet wordt belast, met als voorwaarde dat in lijn met de Natuurschoonwet de NSW-status 25 jaar wordt behouden. De gedachte achter deze motie is het behoud van natuurschoon, cultureel erfgoed en publieke recreatie, in lijn met de Natuurschoonwet. Volgens deze motie druist de voorgestelde heffing in box 3 bij de overdracht aan de volgende generatie in tegen deze doelstelling van de Natuurschoonwet.
“Versnippering leidt tot verlies van erfgoedwaarden”
Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – heeft gewezen op het belang van instandhouding van de kenmerkende landschappelijke aanleg van huis, tuin, park en landschap. Deze samenhang blijkt het beste gewaarborgd bij één eigenaar die dit belang kan behartigen. Het opsplitsen van het geheel maakt dit aanzienlijk gecompliceerder en leidt tot verlies van erfgoedwaarden. Ook kan de publieke toegankelijkheid afnemen als delen van het landgoed niet langer toegankelijk zijn of looproutes verdwijnen. Daarnaast kunnen door schaalverkleining de totale beheerkosten toenemen, waardoor de eigenaren meer beroep op subsidie (maatschappelijke kosten) moeten doen.
“Verlies van cultureel erfgoed voorkomen”
Waarschijnlijk hadden de eigenaren en hun toekomstige erfgenamen van NSW-landgoederen met grote financiële zorgen over de heffing in box 3 op een snellere oplossing gehoopt. De opmerking van het kabinet over een regeling voor NSW-landgoederen in bovengenoemde Kamerbrief is in ieder geval een eerste stap in de door hen gewenste richting. Het kabinet heeft daarmee een reddingsboei uitgeworpen. Volgens de landgoedeigenaren zou het verlies van cultureel erfgoed buitengewoon triest zijn. Niet alleen voor henzelf en hun erfgenamen maar, vanwege het belang voor de hele samenleving, voor ons allemaal.
Informatiesoort: Column
Rubriek: Inkomstenbelasting