De aanpak van witwassen staat na diverse affaires, zoals de ING-schikking, en de berichten rondom ABN Amro hoog op de politieke agenda. Fiscale aspecten spelen bij de aanpak van witwassen ook een rol. Meer specifiek gaat het in deze column om het fiscale-landenrisico.

Het landenrisico in het licht van witwasrisico’s, is een belangrijk risico dat moet worden beoordeeld wanneer het risicoprofiel van een klant wordt bepaald bij de naleving van de anti-witwasregelgeving. Het aantal landenlijsten rijst inmiddels echter de pan uit. Het gaat in de eerste plaats om sanctielanden, FATF-hoog risicolanden en door de EU aangewezen hoog risicolanden. Deze lijsten zijn niet alle lijsten die gebruikt kunnen worden bij het bepalen van de risico van een klant. Ook de fiscale landenlijsten spelen hierbij een rol.

Met betrekking tot de fiscale landenlijsten bestaat er weliswaar geen directe verplichting om daar bij de beoordeling van klantrisico’s rekening mee te houden, maar met de aandacht van DNB voor fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken en trustkantoren is het geen overbodige luxe van deze lijsten goed op de hoogte te zijn. DNB ziet bijvoorbeeld als 'good practice' dat ten behoeve van het vaststellen van fiscale risico-indicatoren door instellingen een landenlijst wordt gemaakt met jurisdicties waaraan verhoogde fiscale integriteitsrisico’s zijn verbonden. In deze column komen de 'EU list of non-cooperative jurisdictions for tax purposes' en de door Nederland vastgestelde lijst met laag belastende en niet coöperatieve landen aan bod. Deze lijsten worden geactualiseerd.

EU list of non-cooperative jurisdictions for tax purposes (Europese fiscale zwarte lijst)

Naar aanleiding van de Panama Papers (Roadmap Panama Papers) is op 5 december 2017 op Europees niveau de zogeheten common list of non-cooperative jurisdictions for tax purposes opgesteld. Deze lijst is onderdeel van de Europese aanpak van belastingontwijking. Op de lijst staan derde landen vermeld die niet voldoen aan de internationale standaarden van de OESO en EU voor fiscaal goed bestuur. De lijst heeft primair een politieke doelstelling.

Beoogd wordt derde landen er alsnog toe te bewegen zich aan deze standaarden te committeren. Om de lijst samen te stellen is een groot aantal landen gescreend op gebied van 'tax transparency', 'fair taxation' en implementatie van de OESO anti-BEPS (tax base erosion and profit shifting) minimumstandaarden.

Sinds 5 december 2017 is de lijst een aantal keer geüpdatet. Per 21 juni 2019 stonden de volgende landen op de lijst vermeld: American Samoa, Belize, Fiji, Guam, Marshall Islands, Oman, Samoa, Trinidad and Tobago, United Arab Emirates, US Virgin Islands en Vanuatu. Naast deze lijst is ook een 'State of Play'-lijst gemaakt van landen die nu niet voldoen aan de standaarden, maar zich hebben gecommitteerd om daaraan op korte termijn te voldoen.

Op 10 oktober 2019 is tijdens een vergadering van de Raad van Europa besloten om de Verenigde Arabische Emiraten en Marshall Eilanden van de lijst te verwijderen. In 2019 is overigens nog enige verwarring over de lijst ontstaan. In de resolutie van 26 maart 2019 van het Europees Parlement is namelijk vermeld dat ook lidstaten zouden worden beschouwd als tax havens. Het ging daarbij om Cyprus, Ierland, Luxemburg, Malta en Nederland. In de media is naar aanleiding daarvan wel gesuggereerd dat deze landen ook op de lijst zouden gaan worden vermeld. Dit is echter onjuist. Aangezien alle lidstaten de EU BEPS-maatregelen implementeren is de kans daarop nihil.

Nederlandse lijst met laag belastende en niet coöperatieve landen

Voor Nederland gaat deze EU-lijst schijnbaar niet ver genoeg. In de strijd tegen belastingontwijking heeft Nederland op 28 december 2018 namelijk zelf een lijst met laagbelastende en niet coöperatieve landen vastgesteld. Het gaat om de landen American Samoa, Anguilla, Bahama’s, Bahrein, Belize, Bermuda, Britse Maagdeneilanden, Guam, Guernsey, Isle of Man, Jersey, Kaaimaneilanden, Koeweit, Qatar, Samoa, Saudi-Arabië, Trinidad en Tobago, Turks- en Caicoseilanden, US Virgin Islands, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten. Dit zijn staten zonder winstbelasting of met een tarief van minder dan 9%.

Op 7 oktober 2019 is ter consultatie de voorgenomen aanwijzing laagbelastende staten 2020 gepubliceerd. De consultatieperiode sluit op 8 november 2019. Voor wat betreft de niet coöperatieve landen wordt aangesloten bij de EU-lijst. Het voorstel houdt in dat twee nieuwe landen (Barbados en Turkmenistan) worden toegevoegd en dat twee landen (Belize en Saudi-Arabië) worden verwijderd van de lijst. De Nederlandse lijst omvat meer landen dan de Europese lijst. Dat komt omdat volgens Nederland de Europese lijst (nog) niet alle landen omvat die Nederland als laagbelastend ziet. De lijst wordt gebruikt bij een drietal fiscale anti-misbruikmaatregelen (CFC-maatregel, invoering conditionele bronbelasting en weigering rulings). De Nederlandse lijst wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld.

Tot besluit: een pas op de plaats

Met deze lijsten hebben we een aantal lijsten besproken die van belang zijn in het kader van het landenrisico. De landen kunnen een geografisch risico opleveren als bedoeld in bijlage III van de vierde anti-witwasrichtlijn en tevens een risico-indicator voor financiële instellingen zijn voor fiscale integriteitsrisico’s met betrekking tot belastingontwijking.

Voorkomen moet evenwel worden dat de lijsten een eigen leven gaan leiden en dat landen op die lijsten automatisch als hoog risico worden aangemerkt en daarmee klanten die in deze landen gevestigd zijn ook. Bij het bepalen van de betekenis daarvan zal naar onze mening steeds met de doelstelling van de lijsten rekening moeten worden gehouden. En bij het bepalen van risico’s zullen ook de aard van de producten en diensten in aanmerking moeten worden genomen.

Bij de totstandkoming van de 'EU list of non-cooperative jurisdictions for tax purposes' is zelfs expliciet opgemerkt dat deze moet worden onderscheiden van de in de bijlagen bij de vierde anti-witwasrichtlijn specifiek genoemde geografische risico’s. Kortom, hoewel fiscale landenlijsten niet bedoeld zijn als indicator voor witwasrisico’s worden deze in toenemende mate wel als zodanig opgevat. Voorkomen moet onzes inziens echter worden dat de lijsten een eigen leven gaan leiden. Guidance van anti-witwastoezichthouders is gewenst.

Rubriek: Bronbelasting, Internationaal belastingrecht, Strafrecht

Informatiesoort: Column

  314
Gerelateerde artikelen