Iemand wint € 1 miljoen in de Staatsloterij maar krijgt het advies het lot niet te verzilveren. Een paar jaar geleden raakte ik betrokken bij een casus die daar een beetje op leek. De ratio van de BOR is vererving van ondernemingsvermogen niet door belastingheffing te laten frustreren: doorschuiving van de box 2-claim en vrijstelling voor de erfbelasting. Het wordt ook wel een faciliteit voor familiebedrijven genoemd, ofschoon het woord familie niet in de wettekst voorkomt. Het ging om een dga die geen kinderen naliet. Zijn testament voorzag in een legaat van zijn aandelen aan bedrijfsleider Henk, met wie hij bevriend was. Ik adviseerde het legaat niet te aanvaarden.
Het DCF-spreadsheet van de accountant liet een waarde zien van € 1 miljoen. Het is natuurlijk maar welke variabelen je in het model stopt. Niet zeker was of de Belastingdienst deze waardering zou kunnen onderschrijven. Voor de toepassing van de BOR maakt de Belastingdienst onderscheid tussen familieleden en anderen. Daarom moest er ernstig rekening mee worden gehouden dat het voordeel als loon zou worden belast.
Bij een waarde van € 1 miljoen zou dat Henk komen te staan op een aanslag inkomstenbelasting van € 495.000. Als de BOR inderdaad niet van toepassing is, is hij over deze erfrechtelijke verkrijging mogelijk ook erfbelasting verschuldigd: afgerond € 380.000.
De Successiewet bevat een samenloopregeling met de inkomstenbelasting. Merkwaardigerwijs geldt die alleen voor de schenkbelasting, niet voor de erfbelasting. Bij een waarde van € 1 miljoen zou aanvaarding van het legaat de bedrijfsleider in totaal dus € 875.000 kosten. Ik heb overigens de indruk dat de Belastingdienst genegen is de aanslag successierecht te laten vallen, maar dit zou wel moeten worden bevochten. En als de Belastingdienst vasthoudt aan een successierechtelijke verkrijging, zou trouwens de BOR-vrijstelling in beeld komen. Bij ‘loon’ zou kostenaftrek voor de werkgever passend zijn. Complicerend is dat het hier ‘loon van derden’ betreft; de vennootschap als zodanig staat er buiten. Hierover zal men in gesprek met de Belastingdienst moeten gaan, waarbij zal worden gewezen op de aftrekbeperking van artikel 10, lid 1, sub j Wet VPB.
Je kunt je waarschijnlijk de stress voorstellen die dit bedrijfsleider Henk heeft bezorgd. Hij sliep er slecht van. Als hij de fiscale afdracht niet gefinancierd kon krijgen, zouden de aandelen moeten worden verkocht. De als loon in aanmerking genomen waarde is de verkrijgingsprijs in box 2, zodat uit verkoop geen bloed vloeit. Verkoop gaat met aanzienlijk kosten gepaard. Je moet niet opkijken van € 100.000. Met verkoop zou worden ingegaan tegen de uitdrukkelijke wens van de erflater dat Henk het bedrijf voortzet, en het zou ook strijdig zijn met laatstgenoemde ambitie.
Deze erflater kon het bedrijf niet aan een kind nalaten. Hij heeft immers het onderaardse kinderloos verlaten. Als de bedrijfsopvolger een kind van hem was geweest, zou de fiscus geen loon in aanmerking nemen, de box 2-claim zou kunnen worden doorgeschoven en de verkrijger zou zijn vrijgesteld van erfbelasting. Daar is geen twijfel over mogelijk! Waarom wordt het ruime loonbegrip niet toegepast op kinderen van de erflater, maar wel op een derde die de aandelen evenzeer aan vrijgevigheid te danken heeft? De BOR stipuleert niet dat de verkrijger familie is. Het is dus een kwestie van interpretatie. Naar mijn mening is het onderhavige onderscheid rechtens onjuist. Om gelijk te krijgen zal een juridische strijd moeten worden gevoerd, die de meesten niet aandurven. Het financiële belang is daarvoor te groot.
Het weigeren van het legaat was daarom de verstandigste optie. De interpretatie van de Belastingdienst kan tot gevolg hebben dat een gezond bedrijf in de versukkeling raakt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn!
Informatiesoort: Column
Rubriek: Schenk- en erfbelasting