Het kabinet-Schoof is er niet in geslaagd om een stempel te drukken op de grote fiscale dossiers.
In de afgelopen negentien maanden lag de focus van het kabinet en de coalitiepartijen vooral op het vinden van financiële dekking voor de politieke ambities en het realiseren van lastenverlichting op de korte termijn. Op de grote dossiers zoals de vereenvoudiging van het belastingstelsel en de toeslagen, maar ook het verbeteren van de fiscale regelingen, is het afgelopen anderhalf jaar geen vooruitgang geboekt. In dit licht zal het kabinet-Schoof vooral herinnerd worden door de (mislukte) pogingen om de btw op cultuur en sport te verhogen en de ‘rode diesel’ opnieuw in te voeren.
Het hoofdlijnenakkoord tussen de PVV, VVD, NSC en BBB van mei 2024 bevatte drie categorieën fiscale plannen. Allereerst wilden deze partijen meerdere lastenverhogingen voor het bedrijfsleven terugdraaien die het kabinet-Rutte IV in de Voorjaarsnota 2024 had opgenomen en die de Tweede Kamer had afgedwongen bij de behandeling van het Belastingplan 2024. Daarnaast wilden deze partijen de koopkracht op de korte termijn verbeteren en een aantal fiscale voordelen realiseren voor hun eigen achterban – zoals de herinvoering van de ‘rode diesel’. Ten slotte werd het fiscale beleid van het kabinet-Rutte IV grotendeels voortgezet, bijvoorbeeld ten aanzien van box 3.
Resultaten
De voornaamste kritiek op de financiële en fiscale plannen van het kabinet-Schoof richtte zich op de kortetermijnfocus, de keuze voor consumptieve uitgaven en het gebrek aan investeringen in economische groei. Ten slotte was er stevige kritiek op de wijze waarop het kabinet-Schoof een aantal politieke plannen wilde betalen: door het begrotingstekort op te laten lopen en de rekening door te schuiven. Deze punten van kritiek zijn herhaaldelijk geuit door de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, het Centraal Planbureau en de Europese Commissie. Het gevolg van dit beleid is een grote(re) financiële opgave voor het kabinet-Jetten.
De belangrijkste fiscale wapenfeiten van het kabinet-Schoof zijn dat een aantal lastenverhogingen voor het bedrijfsleven in de Voorjaarsnota 2025 zijn teruggedraaid en dat het fiscaal beleid van het kabinet-Rutte IV is voortgezet. Denk bijvoorbeeld aan de box 3-wetgeving. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 kwam inhoudelijk uit de koker van staatssecretaris Van Rij (Rutte IV), maar de Staatssecretarissen Fiscale Zaken in het kabinet-Schoof hebben deze politiek explosieve plannen door de Tweede Kamer gekregen. Gezien de politieke en maatschappelijke weerstand tegen het belasten van ‘papieren winsten’ zullen ze hier met gemengde gevoelens aan terugdenken.
Fiscale regelingen
Ten aanzien van de plannen om het belasting- en toeslagenstelsel te vereenvoudigen is het zowel niet gelukt om politieke keuzes te maken als om nieuwe overwegingen toe te voegen aan het debat. Het was al snel duidelijk dat er binnen de coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB verschillend gedacht werd over hoe een nieuw belasting- en toeslagenstelsel eruit zou moeten zien en dat deze partijen samen niet tot een voorstel met breed maatschappelijk draagvlak konden komen. Helaas zijn er ook geen stappen gezet om op basis van alle beschikbare rapporten en aanbevelingen het denken in de Tweede Kamer verder te brengen.
Het gevolg is dat er ten aanzien van de grote fiscale dossiers geen politieke stappen zijn gezet sinds de val van het kabinet-Rutte IV. Dat er de afgelopen negentien maanden niets is gedaan aan de ondoelmatige fiscale regelingen is een grote kans voor de nieuwe Staatssecretaris voor Fiscale Zaken. Onderzoek van het Ministerie van Financiën laat zien dat het aanpassen of schrappen van ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale regelingen € 35 miljard oplevert. Daarmee kan een nieuwe staatssecretaris zowel politiek als financieel ‘wisselgeld’ vrijspelen voor voorstellen om het stelsel de komende jaren te vereenvoudigen.
Informatiesoort: Parlementair
Rubriek: Belastingrecht algemeen