De overheid moet alleen beloven wat zij kan waarmaken én vervolgens doen wat zij heeft beloofd. Dit was de gezamenlijke oproep die de Nationale Ombudsman, de vice-president van de Raad van State en de president van de Algemene Rekenkamer afgelopen week deden richting de formerende partijen.
De drie Hoge Colleges van Staat maken zich grote zorgen dat de overheid steeds vaker beloftes doet die niet waargemaakt worden en dat noodzakelijke en moeilijke keuzes worden uitgesteld. Daarbij wordt expliciet verwezen naar de benodigde vereenvoudiging van het toeslagen- en belastingstelsel. Met een minderheidskabinet lijken deze uitdagingen groter te worden.
Jetten (D66), Yesilgöz (VVD) en Bontenbal (CDA) kondigden begin januari aan dat hun drie partijen samen een coalitie gaan vormen – zonder GL-PvdA of JA21. Daarbij lijkt het einde in zicht van een complexe formatie. Op basis van de verkiezingsuitslag – en met name het blokkeren van GL-PvdA door de VVD – was het niet mogelijk om tot een stabiel meerderheidskabinet te komen. De nieuwe coalitie heeft samen 66 zetels in de Tweede Kamer en 22 zetels in de Eerste Kamer. Daarmee komt er, voor het eerst in meer dan honderd jaar, een minderheidskabinet. Andere politieke partijen, experts en maatschappelijke spelers plaatsten in hun eerste reacties vraagtekens bij deze keuze.
Politiek draagvlak
In de ogen van Klaver (GL-PvdA) en Eerdmans (JA21) was het voor de stabiliteit en het draagvlak beter geweest als hun eigen partij ook onderdeel van het nieuwe kabinet was geweest. Het is niet logisch voor deze partijen om onpopulaire maatregelen te steunen zonder daarover mee te mogen beslissen. Ook de andere politieke partijen hebben al laten weten dan hun politieke steun in de Tweede en Eerste Kamer niet vanzelfsprekend zal zijn. Dit laat vooral zien hoe ingewikkeld het zal worden om onpopulair maar noodzakelijk beleid door het parlement te loodsen. De andere partijen zullen daar veel voor terugvragen.
Een nieuw kabinet zal ten aanzien van de fiscaliteit een aantal belangrijke keuzes moeten maken. Allereerst is er de begrotingsopgave. Het kabinet moet tientallen miljarden vinden om de stijging in defensiekosten en de opgaven ten aanzien van de woningbouw, achterblijvende economische groei, de kosten van de vergrijzing en stikstof te betalen. De benodigde bezuinigingen en waarschijnlijke belastingverhogingen vergen voldoende politiek draagvlak. Denk aan de voorgestelde verhoging van het btw-tarief op sport, cultuur en boeken en de voorgestelde bezuinigingen op onderwijs van het kabinet-Schoof, die uiteindelijk onder druk van de Tweede Kamer werden geschrapt. Het wordt een hele opgave voor een minderheidskabinet om het benodigde draagvlak te vinden.
Grote hervormingen
Het doorvoeren van grote hervormingen, bijvoorbeeld in het toeslagen- en belastingstelsel, wordt eveneens lastig voor een minderheidskabinet. Er liggen inmiddels voldoende adviezen, notities en rapporten met uitgewerkte beleidsvoorstellen voor een nieuw belastingstelsel. Het is nu aan een nieuw kabinet om een aantal moeilijke politieke keuzes te maken. Hoe moet inkomen uit arbeid worden belast ten opzichte van inkomen uit vermogen? Op welke manier belasten we de auto? In een Tweede Kamerdebat is het nagenoeg onmogelijk om de verschillende standpunten bij elkaar te brengen. Juist tijdens de formatie kunnen partijen op de grote dossiers onderling wensen uitruilen om overeenstemming te vinden over de grote lijnen.
Het is weliswaar complex maar niet onmogelijk voor een minderheidskabinet om een ambitieuze fiscale vereenvoudiging te realiseren. In hun notitie ‘Naar een realistische overheid’ geven de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman een aantal adviezen aan de formerende partijen. Betrek de uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst vroegtijdig bij het opstellen van beleid. Neem het perspectief van de burgers expliciet mee in beleid én maak echt werk van vereenvoudiging. Maar de meest belangrijke aanbeveling richting de formerende partijen is: “toon lange-termijn ambitie, maar schep geen onrealistische verwachtingen”.
Informatiesoort: Parlementair
Rubriek: Belastingrecht algemeen