Het nieuwe box 3-stelsel lijkt een voldongen feit. De Tweede Kamer kan geen aanpassingen meer afdwingen in het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ omdat het nieuwe stelsel dan niet tijdig geïmplementeerd kan worden. Dit betekent dat de Kamer moet kiezen tussen het mislopen van miljarden euro’s aan belastingopbrengsten of het introduceren van het nieuwe box 3-stelsel – waarover de meeste Kamerleden zeer kritisch zijn. 

De Kamerleden zoeken momenteel naar opties om toch een aantal aanpassingen in het wetsvoorstel te realiseren en het nieuwe stelsel als een ‘tussenstation’ naar een minder complex box 3-stelsel te benutten.

Het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ vervangt het huidige box 3-stelsel – met forfaits en een tegenbewijsregeling – door een belasting over werkelijk behaald rendement. In beginsel worden zowel het gerealiseerde als het ongerealiseerde rendement belast. Alleen voor aandelen in startende ondernemingen en onroerende zaken wordt de daadwerkelijke vermogenswinst belast.

Op deze systematiek is veel kritiek. De Raad van State waarschuwde dat deze plannen leiden tot slechtere dienstverlening en complexiteit voor zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst. Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft berekend dat een volledige vermogenswinstbelasting de schatkist op de lange termijn meer oplevert. Het kabinet heeft deze punten naast zich neergelegd.

Vermogenswinstbelasting

De Tweede Kamer was in het eerste wetgevingsoverleg over de Wet werkelijk rendement box 3 kritisch over de beperkte ruimte voor de Kamer om aanpassingen in het voorstel te realiseren. De wensen vanuit Stultiens (GL-PvdA) om een toptarief toe te voegen, van Oosterhuis (D66) om een regeling voor groen beleggen te introduceren en van Grinwis (CU) om landgoederen die voldoen aan de vereisten uit de Natuurschoonwet te ontzien, kunnen volgens de staatssecretaris allemaal niet worden ingepast. De enige aanpassingen die de Kamer kan afdwingen, zonder het proces te vertragen, zijn: de hoogtes van het tarief, de vastgoedbijtelling en het heffingsvrije resultaat.

De fundamentele punten van kritiek vanuit de Tweede Kamer op het huidige wetsvoorstel zien op de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel; de vraag of een vermogenswinstbelasting niet beter is dan het huidige hybride stelsel; en de behandeling van onroerende zaken, zoals vakantiehuisjes en tweede woningen. Ten aanzien van de complexiteit en uitvoerbaarheid maken veel Kamerleden zich zorgen. Enerzijds over de Belastingdienst, die 900 extra medewerkers nodig heeft in het nieuwe stelsel. Anderzijds vragen Kamerleden zich af in hoeverre het nieuwe stelsel werkbaar is voor de belastingbetalers. Vlottes (PVV) vroeg daarbij aandacht voor het grote aantal extra mensen dat de box 3-heffing moet betalen door het heffingsvrije resultaat van slechts € 1800.

Tussen- of eindstation?

In het debat benadrukten Van Eijk (VVD), Van Dijk (CDA), Hoogeveen (JA21) en Vermeer (BBB) dat ze liever zo snel mogelijk naar een stelsel op basis van een vermogenswinstbelasting willen, zodat papieren rendementen niet worden belast. Grinwis (CU), Stoffer (SGP) en Struijs (50Plus) vroegen ook aandacht voor de negatieve effecten van de huidige vermogensaanwas ten opzichte van een vermogenswinstbelasting. Een aantal breed gesteunde moties roept de staatssecretaris op om de structurele financiële meeropbrengsten van een vermogenswinstbelasting in kaart te brengen; en om in kaart te brengen hoe het voorgestelde “hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting”.

De ingediende moties laten zien dat de Tweede Kamer niet bereid is om het wetsvoorstel te laten stranden, met miljarden aan gederfde inkomsten als gevolg. Tegelijkertijd wil een meerderheid in de Kamer ongerealiseerde winsten niet belasten. De Kamer heeft nog twee manieren om dit te realiseren. Allereerst zou het in de formatie meegenomen kunnen worden. Ook kan de Kamer in de behandeling van de herstelwet, later dit jaar, opnemen dat er bijvoorbeeld vanaf 2030 een volledige vermogenswinstbelasting wordt ingevoerd. Daarbij geven maatschappelijke spelers aan dat dít het laatste moment is om de knelpunten in het nieuwe box 3-stelsel weg te nemen.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Inkomstenbelasting

77

Gerelateerde artikelen