Landgoederen dreigen in de knel te komen in het nieuwe box 3 stelsel – wanneer de Wet werkelijk rendement box 3 wordt ingevoerd. Particuliere grondeigenaren maken zich zorgen over de wijze waarop de papieren waardestijging bij buitenplaatsen en landgoederen wordt belast zodra deze worden overgedragen aan een volgende generatie. 

Begin december heeft een brede coalitie van belangenorganisaties voor particulier grondbezit, het behoud van erfgoed en het in stand houden van monumenten de Tweede Kamer gevraagd om een bijzonder regime voor Natuurschoonwet-landgoederen in box 3. Daarmee wordt er een nieuw punt van kritiek bij de Tweede Kamer gelegd, terwijl er op korte termijn belangrijke keuzes gemaakt moeten worden.

Het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ introduceert een nieuw box 3-stelsel waarbij het daadwerkelijk behaalde rendement over vermogen wordt belast. Op die manier komt er een einde aan het belasten op basis van forfaits – die oneerlijk en juridisch onhoudbaar kunnen zijn – én de huidige tegenbewijsregeling – die lastig uit te voeren is en tot budgettaire derving leidt. Het is dus belangrijk om zo snel mogelijk over te gaan naar een nieuw stelsel. Het eerst mogelijke moment waarop dit nieuwe stelsel van start kan gaan is 1 januari 2028. Maar dit betekent dat de Tweede Kamer uiterlijk maart 2026 het wetsvoorstel moet aannemen.

Papieren winsten

Aangezien het niet op tijd implementeren van de Wet werkelijk rendement box 3 de schatkist zo’n € 1,7 miljard zal kosten, wil iedereen verdere vertraging voorkomen. Desondanks zijn er meerdere praktische én politieke problemen ten aanzien van het wetsvoorstel. De Raad van State waarschuwde dat deze plannen leiden tot slechtere dienstverlening en complexiteit voor zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst. Belastingplichtigen moeten immers een administratie bijhouden én elk jaar weer een ingewikkelde vermogensvergelijking maken om het behaalde rendement te berekenen. Niet bepaald een vereenvoudiging.

Het voornaamste politieke knelpunt is de keuze in het wetsvoorstel om de vermogensaanwas te belasten. Onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen zijn hiervan uitgezonderd. Hierbij wordt alleen de gerealiseerde waardeontwikkeling belast. De PVV, SGP en BBB – in het verleden ook de VVD – vinden het echter onwenselijk dat voor alle andere investeringen óók de ongerealiseerde (papieren) winsten worden belast. Het kabinet heeft hier echter voor gekozen om op de korte termijn minstens evenveel belastingopbrengsten op te halen als onder het huidige stelsel. Zolang deze budgetneutraliteit het uitgangspunt blijft, is er eigenlijk geen mogelijkheid om deze systematiek te wijzigen.

Landgoederen en erfgoed

Het belasten van niet-gerealiseerde winsten is ook een probleem voor de verkrijgers van een landgoed of buitenplaats. Indien wordt voldaan aan de vereisten uit de Natuurschoonwet – gericht op het behoud en de toegankelijkheid – gelden er verschillende fiscale voordelen. Denk aan vrijstellingen van de schenk- en erfbelasting, de vennootschapsbelasting en de overdrachtsbelasting. In box 3 geldt een vrijstelling voor de inkomsten afkomstig uit de onbebouwde grond van de landgoederen die voldoen aan de eisen uit de Natuurschoonwet. Maar de inkomsten uit de gebouwen op deze landgoederen worden wel volledig in box 3 belast – op basis van de vermogenswinstbelasting.

In de praktijk betekent dit dat de vermogensrendementsheffing over de gestegen waarde van het vastgoed op deze landgoederen en buitenplaatsen betaald moet worden op het moment dat deze overgedragen worden aan een volgende generatie. Deze eigenaren benadrukken dat de belastingdruk in box 3 in geen verhouding staat tot de vaak geringe opbrengsten uit deze landgoederen, waardoor sommigen genoodzaakt zullen zijn om (delen) te verkopen. Met oog op de maatschappelijke baten – zoals het behoud van erfgoed én de bijbehorende natuur – pleiten ze daarom voor een specifieke uitzondering. Daarmee is er nog een extra argument richting de Tweede Kamer om beter te kijken naar de behandeling van ongerealiseerde winsten binnen box 3.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Inkomstenbelasting

Dossiers: Box 3

71

Gerelateerde artikelen