De Tweede Kamer en het kabinet maken zich zorgen over de stijgende energiekosten. Sinds de start van de oorlog in Iran zijn de prijzen van aardolie en aardgas sterk gestegen, met als gevolg dat ook de energierekening én prijzen aan de benzinepomp wereldwijd fors zijn opgelopen. In een brief aan de Tweede Kamer benadrukte het kabinet dat deze kosten nog steeds aanzienlijk lager zijn dan tijdens de energiecrisis die volgde op de Russische invasie in Oekraïne. Tegelijkertijd zal het kabinet de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden en bij de augustusbesluitvorming kijken of er maatregelen nodig zijn richting de komende winter.

Na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 heeft het toenmalige kabinet – met huidig premier Jetten als Minister voor Klimaat en Energie – een breed pakket aan maatregelen genomen om de impact van de stijgende energieprijzen te beperken. Het pakket moest vooral de gevolgen van de inflatie voor burgers en het mkb beperken. Zo kwamen er een korting op de energierekening voor kleinverbruikers (“prijsplafond”); de tegemoetkoming in de energiekosten (TEK) voor het energie-intensieve mkb; en daarnaast een ‘tijdelijke’ verlaging van de accijns op benzine en diesel. Dekking voor deze maatregelen werd gevonden door een “solidariteitsbijdrage” vanuit met name de gassector.

Inflatie

Het kabinet geeft aan dat het “op dit moment niet waarschijnlijk [lijkt] dat er een prijsescalatie ontstaat in de orde grootte van de energiecrisis”. Destijds ging het “om een groter deel van de Europese gastoevoer dat abrupt stopte” terwijl er minder flexibiliteit was omdat er destijds nog geen importterminals waren voor vloeibaar aardgas (LNG). In de huidige energiecrisis verwacht het kabinet een toename van Amerikaans LNG en dat veel Aziatische landen overschakelen van gas naar kolen. Ook benadrukt het kabinet dat we – in tegenstelling tot de vorige energiecrisis – “waarschijnlijk weer bij dezelfde aanbieders terug kunnen keren als het conflict voorbij is”.

In dit licht treft het kabinet voorbereidingen “op een situatie waarin energieprijzen onverhoopt langdurig en fors hoger liggen en huishoudens in de knel dreigen te komen”. Concreet kijkt het kabinet naar mogelijkheden voor gerichte inkomensondersteuning aan kwetsbare huishoudens en meer generieke maatregelen zoals “een energietoeslag, een energieprijsplafond, tijdelijke verlaging van de energiebelasting en brandstofaccijnzen, [en een] verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers”. De Indirecte Kostencompensatie (IKC) voor energie-intensieve grootverbruikers van elektriciteit wordt alvast verlengd, verhoogd en uitgebreid. In de augustusbesluitvorming wordt er besloten over eventuele energiemaatregelen.

Parlementair

Het is de vraag in hoeverre de Tweede Kamer de keuze steunt om pas in augustus te kijken naar beleid om de impact van de gestegen energieprijzen te dempen. Eerder deze maand haalde Ergin (Denk) staatssecretaris Eerenberg (Financiën) naar de Tweede Kamer met vragen over de koers ten aanzien van de gestegen brandstofprijzen. In dit debat hamerden vooral de uiterst-rechtse partijen, Denk en de SP op het verlagen van de belastingen op brandstof. In het plenaire debat over de situatie in het Midden-Oosten vroegen Wilders (PVV), Markuszower (ex-PVV) en Keijzer (ex-BBB) om een fiscale compensatie voor automobilisten.

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunt – op dit moment – de koers van het kabinet om geen overhaaste maatregelen te nemen. Aangezien het onduidelijk is hoe lang het conflict nog zal voortduren en wanneer de energie-infrastructuur en handelsstromen hersteld kunnen worden. Tegelijkertijd is er nu niemand bereid om (geloofwaardige) financiële dekking te vinden voor het (verder) verlagen van de brandstofaccijns of de energiebelasting. Als de prijzen blijven stijgen dan zal de politieke druk echter blijven toenemen én zal er nog vaak gedebatteerd worden over mogelijke fiscale maatregelen vóór de augustusbesluitvorming.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Milieuheffingen

22

Gerelateerde artikelen