Deze week is het kabinet-Jetten beëdigd en van start gegaan met de uitvoering van het coalitieakkoord ‘Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland’. Een van de opvallende elementen daarin is de zogenoemde ‘vrijheidsbijdrage’ die burgers en bedrijven gaan betalen ter dekking van de verhoogde investeringen in de krijgsmacht, die nodig zijn om aan de afgesproken NAVO-norm te voldoen. De vrijheidsbijdrage wordt van burgers (€ 3,4 mrd.) en bedrijven (€ 1,7 mrd.) gevraagd.

De vormgeving daarvan is interessant. Hoewel de naam dit suggereert, komt er geen nieuwe belasting of opslag en vloeit de opbrengst, tenzij deze in een afzonderlijk fonds wordt gestort, in de algemene middelen. De bijdrage van burgers wordt gevraagd via een beperking van de tabelcorrectiefactor die wordt toegepast in de inkomstenbelasting. Voor bedrijven is het verband tussen ‘vrijheid’ en ‘bijdrage’ eveneens ver te zoeken: voor hen zal de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds stijgen. De term ‘vrijheidsbijdrage’ is dus niet meer dan een marketingterm. Het is een gewone belastingverhoging die via de gebruikelijke tariefstructuur wordt geheven. Vanuit het oogpunt van de praktische uitvoering is dit begrijpelijk: er zijn geen nieuwe fiscale regels nodig om deze bedragen te innen. Uit de beperkte beschrijving in het coalitieakkoord lijkt te volgen dat de vrijheidsbijdrage door burgers uitsluitend in box 1 en box 2 wordt geheven, niet dat vermogensinkomsten ook gaan bijdragen. Door de bijdrage in de tabelcorrectiefactor te verwerken en door box 3 buiten schot te laten, dragen arbeids- en winstinkomens in de eerste en tweede schijf proportioneel het meest bij. In deze vorm werkt de vrijheidsbijdrage degressief en dragen hogere inkomens en vermogens relatief minder bij aan de defensie-investeringen.

Nationale veiligheid is bij uitstek een collectief goed: een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid waarbij het profijt zich moeilijk laat individualiseren. Een rechtvaardige belastingheffing verdeelt de lasten van collectieve goederen eerlijk over burgers met verschillende draagkracht. In plaats van een heffing aan de onderkant van het inkomensgebouw verdeelt een algemene tariefsverhoging van alle schijven de bijdrage evenwichtiger over de burgers. Ook vermogensinkomsten zullen dan bijdragen. Als het kabinet boven de marketing wil uitstijgen en daadwerkelijk inhoud wil geven aan de vrijheidsbijdrage, dan ligt hier een uitgelezen kans om een bestemmingsbelasting in te voeren: een heffing waarbij de opbrengst politiek wordt verbonden aan een specifiek uitgavendoel. Deze heffing kan worden vormgegeven als een opslag op de berekende inkomsten- en vennootschapsbelasting. Een vrijheidsopslag is transparant, administratief eenvoudig en voor belastingplichtigen duidelijk herkenbaar. Bovendien waarborgt een opslag een evenwichtige verdeling van de last, omdat zij aansluit bij de bestaande progressie in de inkomstenbelasting.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Belastingrecht algemeen

25

Gerelateerde artikelen