Onderstaande modellen zijn recent aangepast en voor u geselecteerd omdat ze per direct van belang zijn voor de praktijk.

III Capita selecta

III.A Inbreng onderneming in BV

Fiscale Modellen, Model III.A.9 Verzoek betreffende geruisloze inbreng van een eenmanszaak in een daartoe op te richten besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

2 Algemeen

2.2.2.a Omzetting/inbreng onderneming
In dit onderdeel is verduidelijkt dat bij inbreng van een verhuurde onderneming of een winstrecht de vereiste inbreng van een onderneming aanwezig is als de verhuur, of het winstrecht, zodanig is dat sprake is van medegerechtigdheid en de medegerechtigdheid de rechtstreekse voortzetting vormt van ondernemerschap met betrekking tot die onderneming.

3 Inbreng in een bestaande vennootschap

3.4 Inbreng in holding
De goedkeuring is verruimd. De huidige goedkeuring staat alleen inbreng in de holding toe als deze wordt gevolgd door een overdracht van de omgezette onderneming aan ‘die dochtervennootschap’ waarvan de activiteiten in dezelfde lijn liggen. De verruimde goedkeuring staat ook toe dat de holding de aandelen in “die dochtermaatschappij” middellijk houdt, en ook dat wordt overgedragen aan een nieuw op te richten dochtervennootschap of aan een bestaande dochtermaatschappij zonder activiteiten.

4 Onttrekkingen en voortzetting van de onderneming

4.2.2 Directe overdracht onderneming met toepassing van artikel 14 of 15 Wet Vpb 1969
Letter b van de goedkeuring. Daarbij is verduidelijkt dat bij de vervreemding van de overgedragen onderneming niet alleen kan plaatsvinden tegen uitreiking van cumulatief preferente aandelen, maar ook tegen zogenoemde ‘letteraandelen’. Ter verduidelijking zijn voorbeelden opgenomen. Daarnaast is de goedkeuring in onderdeel 4.2.3. aangevuld met een overdracht met toepassing van artikel 14a Wet Vpb 1969.

6 Tweede standaardvoorwaarde

6.1 Voor winstbepaling geen staking.
Verduidelijkt is over welke reserves dient te worden afgerekend

8 Vierde standaardvoorwaarde 
De belastingplichtige mag op het overgangstijdstip worden gecrediteerd voor de materieel verschuldigde inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen. In dezelfde lijn is nu toegevoegd dat dit ook heeft te gelden voor het inkomensafhankelijke deel van de premie Zorgverzekeringswet. Het maximum van de afrondingscreditering is verhoogd van € 25.000 naar € 30.000.

12 Achtste standaardvoorwaarde
Standaardvoorwaarde acht is omgenummerd naar standaardvoorwaarde negen. De achtste standaardvoorwaarde in dit besluit geeft de voorwaarde die wordt gesteld voor het geval sprake is van een geruisloze omzetting met een in het buitenland woonachtige aandeelhouder. Deze voorwaarde komt in de plaats van de in bijlage 2 bij het besluit van 30 juni 2010, nr. DGB 2010/3599M (Stcrt. 2010, 10512) opgenomen voorwaarde. De voorwaarde is geherformuleerd.

13 Negende standaardvoorwaarde

13.1.2 (voorheen 12.1.2) Terugwerkende kracht toegestaan onder voorwaarden
Een van de voorwaarden is dat er geen incidenteel fiscaal voordeel wordt beoogd of behaald. In dit besluit is nader toegelicht wat in dit verband in ieder geval onder incidenteel fiscaal voordeel wordt begrepen.

13.2 (voorheen 12.2) 
Ondernemersfaciliteiten in de voor-voorperiode. In dit onderdeel is een goedkeuring opgenomen voor de situatie waarin een belastingplichtige een S&O-verklaring heeft.

15 Indiening en behandeling verzoek

15.3 (voorheen 14.3) Beslissing inspecteur bij beschikking 
De laatste zin in dit onderdeel van het vervallen besluit vermelde kort gezegd dat na het onherroepelijk worden van de beschikking de rechtsgeldigheid van de voorwaarden niet meer aan de orde kon worden gesteld bij enig bezwaar. Als gevolg van het arrest van de Hoge Raad van 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO7489, is deze laatste zin van dit onderdeel vervallen. Volgens het hiervoor vermelde arrest kan de rechtsgeldigheid van de voorwaarden ook ter toetsing worden voorgelegd in het kader van een rechtsmiddel tegen een aan de belastingplichtige opgelegde aanslag waarin aan een of meer van die voorwaarden uitvoering wordt gegeven.

De volgende onderdelen van het voorgaande besluit zijn niet meer opgenomen in dit besluit. Deze onderdelen hebben hun belang
verloren door wetswijziging, jurisprudentie of waren van voorlichtende aard.

2.1.2 Recht op vrijstelling
Dit onderdeel is vanwege het voorlichtende karakter niet meer opgenomen.

2.1.3 Beoordeling verkrijgingsprijs
Dit onderdeel is vanwege het voorlichtende karakter niet meer opgenomen.

11.3 Bijzondere situaties
Dit onderdeel is in zijn geheel (inclusief subonderdelen) geschrapt. Als gevolg van het huidige artikel 28c Wet Vpb 1969 en het vervallen van artikel 13ca Wet Vpb 1969 is de tekst niet meer relevant.
Daarnaast is het besluit redactioneel aangepast en anders ingedeeld. Dit bevordert de leesbaarheid. Met deze aanpassingen zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd.

Producten: Fiscale Modellen

32