Uit onderzoek concludeert het kabinet dat het niet wenselijk is om de wijzigingen van de belasting op leidingwater per 1 juli 2014 en 1 januari 2015 door te voeren.

Brief Staatssecretaris van Financiën 4 juni 2014, nr. IZV/2014/0089 M

De Staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin hij ingaat op de verhoging van de belasting op leidingwater. Die verhoging is vastgelegd in de Begrotingsafspraken 2014. Per 1 januari 2014 is het tarief per m3 verdubbeld. Per 1 juli 2014 zal het heffingsplafond van 300m3 vervallen. Uiteindelijk zal een degressief tarief met 5 schijven worden ingevoerd. Per 1 januari 2015 moet alles definitief zijn beslag krijgen De afgelopen maanden is er overleg gevoerd met verschillende koepelorganisaties van bedrijven en andere partijen die betrokken zijn bij de wijziging in de leidingwaterbelasting. Ook zijn er reacties ontvangen van andere organisaties zoals VNO-NCW/MKB/LTO Nederland, BOVAG en de Unie van Waterschappen. Uit onderzoek is gebleken dat het naar het oordeel van het kabinet niet wenselijk is om de in het Belastingplan 2014 opgenomen wijzigingen van de leidingwaterbelasting per 1 juli 2014 en 1 januari 2015 daadwerkelijk in te voeren. Het kabinet is voornemens om het vervallen van het heffingsplafond weer in te trekken. Intrekking van die maatregel zal echter leiden tot een derving van € 80 miljoen per jaar. Het kabinet heeft het plan om die derving te dekken in de sfeer van de milieubelastingen. Het e.e.a. zal opgenomen worden in het Belastingplan 2015.  

[Nieuwsbron]

Rubriek: Milieuheffingen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Informatiesoort: VN Vandaag

  11
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen