Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de belétage en de benedenwoning terecht tot het box 3-vermogen van X rekent. Beide objecten zijn namelijk zelfstandige woningen.

X en haar partner zijn gezamenlijk eigenaar van een herenhuis. Het pand bestaat uit drie onderdelen met elk een afzonderlijke adresaanduiding, WOZ-identificatienummer en WOZ-waarde. X bewoont de woning met haar partner. De belétage wordt verhuurd aan hun dochter en haar partner. De benedenwoning is tot 2012 verhuurd geweest en daarna volledig gerenoveerd. De inspecteur legt een IB-navorderingsaanslag 2018 op aan X omdat zij in zijn ogen ten onrechte het gehele pand heeft aangemerkt als eigen woning. Volgens de inspecteur behoren de belétage en de benedenwoning tot het box 3-vermogen van X.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de belétage en de benedenwoning terecht tot het box 3-vermogen van X rekent. Beide objecten zijn namelijk zelfstandige woningen. Dat in het herenhuis de bouwkundige mogelijkheid bestaat om een inpandige doorgang te maken, acht het hof niet van belang, omdat van deze mogelijkheid geen gebruik is gemaakt. Het hof stelt verder vast dat het werkelijk rendement (€ 80.000), door de waardestijgingen van de woningen, een stuk hoger is dan het fictief rendement (€ 17.717). X maakt dan ook niet aannemelijk dat zij is geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan haar werkelijke rendement. De navorderingsaanslag blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.111

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 31 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

21

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen