De Nationale ombudsman oordeelt dat de klacht van de heer X over de informatieverstrekking en over de interne klachtafhandeling gegrond is wegens schending van de eis van goede informatieverstrekking respectievelijk de eis van professionaliteit.

De heer X betaalt in 1991, 1992 en 1994 koopsompremies. Uit de polissen zullen vanaf 2021, 2020 en 2022 uitkeringen volgen. Volgens X heeft hij destijds vergeten de premies af te trekken. Hij verzoekt daarom om afgifte van saldoverklaringen, zodat de uitkeringen slechts in de IB-heffing worden betrokken als deze hoger zijn dan de inleg. De inspecteur stelt dat X niet alleen zijn IB-aangiften over die jaren moet overleggen, maar ook de definitieve aanslagen. Als X hierover met de BelastingTelefoon belt, krijgt hij echter tot twee keer toe te horen dat dit laatste (in principe) niet nodig is.

De Nationale ombudsman oordeelt dat de klacht van X over de informatieverstrekking en over de interne klachtafhandeling gegrond is wegens schending van de eis van goede informatieverstrekking respectievelijk de eis van professionaliteit. Pas tijdens het onderzoek van de ombudsman is de onjuiste informatieverstrekking erkend en is een kleine aanzet gegeven voor het maken van excuses. Dit had al bij de eerste klachtbehandeling moeten gebeuren. De tussenkomst van de ombudsman zou hiervoor niet nodig moeten zijn. De klacht over het niet verstrekken van de saldoverklaringen is niet gegrond. Alleen met (een kopie van) zijn aanslagen kan X namelijk laten zien dat zijn inkomen destijds is vastgesteld conform de overgelegde aangiften. Het verzoek om afgifte van de saldoverklaringen is dus in redelijkheid afgewezen.

Wetsartikelen:

Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 I.O

Wet inkomstenbelasting 2001 3.109

[Nieuwsbron]

Instantie: Nationale ombudsman

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen

Editie: 31 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  369
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen