X BV exploiteert een discotheek en verkoopt in 2017 de bedrijfsinventaris, goodwill, handelsnaam en domeinnaam, die in 2018 worden geleverd. Enig aandeelhouder van X BV is Y BV. Enig aandeelhouder en bestuurder van X BV is X. X BV dient geen aangiften VPB 2017 en 2018 in. De inspecteur legt ambtshalve aanslagen en later navorderingsaanslagen 2017 en 2018 op. Per 1 juli 2023 vindt ontbinding van X BV plaats en volgt uitschrijving uit het handelsregister. De gemachtigde stelt vervolgens namens X BV beroep in en vermeldt in aanvullende beroepschriften de ontbinding en de rol van X, maar verklaart ter zitting niet namens de vereffenaar op te treden. In geschil is of de na ontbinding van X BV ingestelde beroepen tegen de navorderingsaanslagen VPB ontvankelijk zijn.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X BV bij gebrek aan baten is ontbonden en daardoor ophoudt te bestaan, zodat zij geen rechtshandelingen meer kan verrichten. De rechtbank past art. 26a AWR en art. 8 lid 2 IW1990 toe en volgt de rechtspraak van de Hoge Raad over beroepsgerechtigdheid bij ontbonden rechtspersonen. Het beroep tegen de navorderingsaanslag 2017 is niet namens de (voormalig) vereffenaar ingesteld, maar namens X BV. X BV was op dat moment al opgehouden te bestaan. Het beroep tegen de navorderingsaanslag 2018 kan alleen namens de laatste bestuurder, aandeelhouder of vereffenaar worden ingesteld. Nu de gemachtigde uitdrukkelijk niet namens de vereffenaar of Y BV optreedt en geen andersoortige volmacht toont, verklaart de rechtbank de beroepen niet ontvankelijk.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26A
Invorderingswet 1990 artikel 8
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 13 maart
Informatiesoort: VN Vandaag