X BV is een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds dat Nederlandse aandelen houdt, waarop Nederlandse dividendbelasting wordt ingehouden. X BV dient voor de jaren 2016 en 2018 verzoeken in om teruggaaf van deze dividendbelasting, omdat zij stelt dat zij vergelijkbaar is met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (FBI). De inspecteur wijst de verzoeken af en handhaaft die afwijzingen na bezwaar. X BV gaat in beroep.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de teruggaafverzoeken terecht afwijst omdat sinds 2008 het regime van de afdrachtvermindering geldt, waarop X BV als buitenlands niet inhoudingsplichtig fonds geen aanspraak kan maken. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1176, V-N 2024/40.12, acht de rechtbank geen belemmering van het vrije verkeer van kapitaal aanwezig en ziet zij geen reden prejudiciële vragen te stellen. Ook het beroep op verboden staatssteun slaagt niet omdat het FBI-regime niet selectief is en rechterlijke uitspraken geen steunmaatregel vormen. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.57
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 107
Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 11A
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Europees belastingrecht, Dividendbelasting
Editie: 10 februari
Informatiesoort: VN Vandaag