Rechtbank Gelderland vernietigt de boete omdat niet is bewezen dat de vennootschappen en X, in de hoedanigheid van feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige, een beboetbaar feit hebben begaan.

Fiscalist X werkt bij accountantskantoor A. A verricht diverse diensten voor een concern waarvan H de indirecte aandeelhouder is. Uit een door de inspecteur ingesteld vestigingsplaatsonderzoek blijkt dat de werkelijke leiding van de vennootschappen binnen het concern van H wordt uitgeoefend vanuit Nederland door H, samen met zijn adviseurs. Aan diverse vennootschappen worden VPB-navorderingsaanslagen met boetes opgelegd. Ook wordt aan X een deelnemingsboete van € 70.000 opgelegd. De boete wordt na bezwaar verminderd tot € 60.000.

Rechtbank Gelderland vernietigt de boete omdat niet is bewezen dat de vennootschappen en X, in de hoedanigheid van feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige, een beboetbaar feit hebben begaan. De boetes voor de vennootschappen zijn vernietigd, omdat geen opzet of grove schuld kan worden verweten. Voor X brengt dit met zich mee dat aan hem geen boete kan worden opgelegd met het verwijt dat hij als feitelijk leidinggever of medeplichtige moet worden aangemerkt. De inspecteur heeft nauwelijks concreet gesteld voor welk feit een bewijsmiddel als bewijs dient. Hij verwijst ter bewijs van zijn stellingen slechts naar een grote hoeveelheid e-mails en andere documenten. Een integrale proceskostenvergoeding is op zijn plaats. Er bestaat echter geen aanleiding om álle gemaakte proceskosten te vergoeden. X heeft recht op een vergoeding van € 25.000.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67D

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67F

Algemene wet bestuursrecht artikel 5.1

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.29

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 13 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen