De inspecteur legt X NV een aanslag Vpb 2020 op met een belastbare winst van € 1.196.874, die volledig wordt verrekend met nog te verrekenen verliezen. De verliesbeschikking vermeldt een saldo van hierna nog verrekenbare verliezen van € 1.809.142. X NV maakt bezwaar tegen de verliesbeschikking. De inspecteur stuurt vervolgens per e-mail een document met als onderwerp en inhoud 'uitspraak op bezwaar' met een rechtsmiddelverwijzing. Daarna meldt de inspecteur per e-mail dat X NV daaraan geen rechten ontleent en kondigt hij een nieuwe schriftelijke uitspraak op bezwaar aan. Na een voornemen tot ongegrondverklaring doet de inspecteur schriftelijk uitspraak op bezwaar, waartegen X NV beroep instelt. In geschil is of de per e-mail verzonden beslissing van de inspecteur als eerste uitspraak op bezwaar geldt en zo een tweede uitspraak op bezwaar en beroep daartegen blokkeert.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de per e-mail verzonden beslissing een uitspraak op bezwaar vormt. De inhoud, het onderwerp en de rechtsmiddelverwijzing maken dat het een besluit is in de zin van de Awb. Een gebrekkige bekendmaking tast het bestaan van dit besluit niet aan. Met deze uitspraak eindigt de bezwaarprocedure, zodat een tweede uitspraak op bezwaar volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad geen rechtsgevolg heeft. Het beroep tegen de tweede uitspraak is daarom niet-ontvankelijk. De inspecteur blijft gebonden aan zijn eerste uitspraak, inclusief de daarin aangekondigde aanpassing van de verliesbeschikking.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 1.3
Algemene wet bestuursrecht artikel 2.14
Algemene wet bestuursrecht artikel 3.41
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 3A
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting
Editie: 6 februari
Informatiesoort: VN Vandaag