X is vennoot van een VOF. In 2012 kopen de gezamenlijke vennoten van de VOF het recht van erfpacht op 36 hectare grond. De eigenaar had de grond in 2004 verkocht onder het voorbehoud van het recht van erfpacht. De vennoten nemen dat recht volledig over, inclusief het recht om de grond in 2030 terug te kopen. Op de balans is de grond waarop het recht rust geactiveerd op de volle eigendomswaarde en daartegenover is een schuld gepassiveerd. X stelt in hoger beroep op basis van het Fagoed-arrest (HR 10 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1866, V-N 1996, blz. 1521, punt 15) dat de jaarlijkse indexering van de schuld ten laste van zijn winst kan komen en dat de correcties van 2014, 2015 en 2016 dus niet terecht zijn.
Hof Amsterdam oordeelt dat X het erfpachtrecht niet kan verwerken als een geïndexeerde geldlening, omdat hij zelf nimmer eigenaar van de grond is geweest en hij geen geld heeft ontvangen bij verkoop van de grond. De Fagoed-methode is niet van toepassing omdat door X geen geldsom wordt terugbetaald op het moment dat hij zijn kooprecht uitoefent. Bij het vaststellen van de primitieve aanslagen van 2014 en 2015 hoefde de inspecteur in redelijkheid niet aan de juistheid van de aangiften te twijfelen, zodat er voor deze jaren een nieuw feit is dat navordering rechtvaardigt. Het beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 3 februari
Informatiesoort: VN Vandaag