De echtgenote van X handelt professioneel in jonge honden. Bij een strafrechtelijk onderzoek is haar administratie in beslag genomen. De inspecteur krijgt inzage in de resultaten en stelt aanvankelijk dat X en zijn echtgenote de onderneming gezamenlijk in VOF-verband exploiteren. In de bezwaarfase komt de inspecteur hierop terug. In geschil is of X terecht een integrale proceskostenvergoeding claimt. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de inspecteur niet vergaand onzorgvuldig gehandeld en zijn de aanslagen ook niet tegen beter weten opgelegd. X stelt in hoger beroep dat de inspecteur niet alle gedingstukken heeft ingebracht.
Hof 's-Hertogenbosch (V-N Vandaag 2023/1644) oordeelt dat het geschil is beperkt tot de vraag of X aanspraak kan maken op een integrale proceskostenvergoeding. De stukken die mogelijk van belang kunnen zijn voor het beoordelen van de – inmiddels vernietigde – aanslagen vallen daarom buiten het onderhavige art. 8:42 Awb-kader. Het VOF-standpunt van de inspecteur was gelet op de feiten niet op voorhand onhoudbaar. X stelt ook vergeefs dat de inspecteur zich door de gemeente op het verkeerde been heeft laten zetten, met wie X in een langdurig juridisch conflict was verwikkeld. Het beroep van X is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 14 april
Informatiesoort: VN Vandaag