De Hoge Raad oordeelt dat het niet voor redelijke twijfel vatbaar is dat de EU-vrijheid van kapitaalverkeer niet is geschonden. De registratievoorwaarde maakt namelijk juridisch en feitelijk geen onderscheid naar vestigingsplaats.

X doet in 2020 giften aan drie buitenlandse instellingen (twee Duitse en één Zwitserse) die in Nederland geen ANBI-status hebben. In geschil is of de giftenaftrek in de IB-sfeer terecht is geweigerd. Volgens X voldoen de instellingen materieel aan de Nederlandse ANBI-voorwaarden en hij beroept zich op het arrest-Persche (zie HvJ EU 27 januari 2009, C-318/07, ECLI:EU:C:2009:33, V-N 2009/8.13). Volgens Hof Amsterdam voldoen de buitenlandse instellingen niet aan de Nederlandse registratievoorwaarde. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat het niet voor redelijke twijfel vatbaar is dat de EU-vrijheid van kapitaalverkeer niet is geschonden. De registratievoorwaarde maakt namelijk juridisch en feitelijk geen onderscheid naar vestigingsplaats. De aanvraagprocedure is even bewerkelijk voor in Nederland gevestigde ANBI's, ook als die slechts weinig in Nederland wonende of gevestigde begunstigers heeft. Uit de voorwaarden volgt evenmin dat de voorwaarden per definitie of in feite voornamelijk slechts kunnen worden vervuld door alhier gevestigde instellingen. Het is voor niet-ingezeten instellingen niet onmogelijk of uiterst moeilijk om aan de voorwaarden te voldoen. Er is dus geen aanleiding om een prejudiciële vraag te stellen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.32

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.33

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.35

Algemene wet bestuursrecht

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 63

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Europees belastingrecht

Editie: 2 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

96

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen