X exploiteert sinds 2011 een taxibedrijf in de vorm van een eenmanszaak en staakt de onderneming per 31 december 2019. Hij dient de aangifte IB/PVV 2019 in met een ondernemersaftrek, inclusief niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek over voorgaande jaren. De inspecteur corrigeert de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek. In de aangifte IB/PVV 2011 is geen zelfstandigenaftrek geclaimd en de aanslagen IB/PVV en ZVW 2011 zijn conform aangifte vastgesteld. Tegen deze aanslagen en tegen latere vaststellings- en verrekeningsbeschikkingen van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek over 2012 tot en met 2018 maakt X geen bezwaar. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of X voor 2019 recht heeft op verrekening van in 2011 niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek tot een bedrag van € 9484.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat verrekening van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek uit 2011 niet mogelijk is in 2019. X heeft geen zelfstandigenaftrek in de aangifte 2011 geclaimd en heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde aanslag. Tegen de aanslag IB/PVV 2011 staan geen rechtsmiddelen meer open, zodat onherroepelijk vaststaat dat X voor het belastingjaar 2011 geen zelfstandigenaftrek heeft geclaimd. Eventuele fouten in de commerciële aangiftesoftware van 2011 komen voor rekening en risico van X. Evenals de keuze van X om zijn gemachtigde een beperkte opdracht te geven. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.76
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 22 januari
Informatiesoort: VN Vandaag