X huurt een appartement voor € 700 per maand, met één toilet en één badkamer, en gebruikt de woonkamer als studioruimte voor digitale lessen. Zij drijft een eenmanszaak voor Zumba, Yoga, Barre, Pilates en Indonesische kookworkshops. In de aangifte IB/PVV 2020 vermeldt zij een verzamelinkomen van € 4332 en brengt zij € 5400 huurkosten voor een werkruimte ten laste van de winst uit onderneming. De inspecteur corrigeert deze aftrek en vermindert de aanslag deels. Rechtbank Gelderland verklaart het beroep van X ongegrond, waarna X hoger beroep bij Hof Arnhem-Leeuwarden instelt.In geschil is of X de huurkosten van de woonkamer als kosten van een zelfstandige werkruimte ten laste van haar winst uit onderneming mag brengen en of zij zich daarbij op het vertrouwensbeginsel mag beroepen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de woonkamer van X geen naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning vormt omdat de sanitaire voorzieningen geen onderdeel van die ruimte zijn. Zonder eigen toilet mist de woonkamer de vereiste zelfstandigheid en voldoet de werkruimte niet aan art, 3.16 Wet IB 2001, zodat de huurkosten niet aftrekbaar zijn. De coronacrisis wijzigt de relevante verkeersopvattingen niet. X kan aan het online formulier van de Belastingdienst geen vertrouwen ontlenen omdat zij daarin ten onrechte aangeeft dat de ruimte zelfstandig is.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.16
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 12 februari
Informatiesoort: VN Vandaag