Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de via Airbnb genoten huurinkomsten terecht in de belastingheffing van box 1 heeft betrokken. De huurinkomsten vormen voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning aan derden.

X verhuurt haar eigen woning in 2017 zowel volledig als gedeeltelijk via Airbnb. Zij geniet in 2017 € 7001 aan huurinkomsten. In geschil is of de huurinkomsten op grond van art. 3.113 Wet IB 2001 belast zijn als voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning aan derden. X is van mening dat deze bepaling slechts ziet op de tijdelijke verhuur van de gehele eigen woning en niet op de verhuur van een gedeelte van de eigen woning. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat inkomsten uit de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning niet belast kunnen worden op grond van art. 3.113 Wet IB 2001.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de via Airbnb genoten huurinkomsten terecht in de belastingheffing van box 1 heeft betrokken. De huurinkomsten vormen voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning aan derden. Het hof verwijst hierbij naar het arrest van de Hoge Raad van 18 september 2020, nr. 19/03974 (V-N 2020/45.3). Uit dit arrest volgt dat ook de verhuur door X van een gedeelte van de eigen woning onder de reikwijdte van art. 3.113 Wet IB 2001 valt. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.113

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 6 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  996
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen