De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar zijn overzichtsarrest (HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:297, V-N 2026/14.20) dat de indexeringspercentages die worden gebruikt om verkoopprijzen naar de waardepeildatum te herrekenen onder art. 40 lid 2 Wet WOZ vallen, maar niet de gegevens waarop deze zijn gebaseerd.

X klaagt er in hoger beroep over dat de heffingsambtenaar in strijd met art. 40 lid 2 Wet WOZ in bezwaar heeft geweigerd de indexcijfers te verstrekken waarmee de verkoopprijzen van de referentiewoningen worden herrekend naar de waardepeildatum, evenals de onderbouwing van die cijfers. Het hof oordeelt dat de indexeringspercentages en de onderbouwingen daarvan niet onder de reikwijdte van art. 40 lid 2 Wet WOZ vallen. Van een schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ is dus geen sprake.

De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar zijn overzichtsarrest (HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:297, V-N 2026/14.20) dat de indexeringspercentages die worden gebruikt om verkoopprijzen naar de waardepeildatum te herrekenen onder art. 40 lid 2 Wet WOZ vallen, maar niet de gegevens waarop deze zijn gebaseerd. Het hof heeft dus ten onrechte geoordeeld dat deze percentages niet onder die bepaling vallen. Dit leidt echter niet tot cassatie, omdat uit het proces-verbaal van de zitting bij het hof volgt dat de heffingsambtenaar de indexeringspercentages in bezwaar heeft verstrekt. Het hof heeft dan ook terecht geoordeeld dat van een schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ op het punt van de gehanteerde indexeringspercentages geen sprake is, wat er zij van de daartoe door het hof gebruikte gronden. De overige klachten van X kunnen evenmin tot cassatie leiden (art. 81 RO), zodat het cassatieberoep van X ongegrond is.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Wet waardering onroerende zaken artikel 40

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 13 april

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen