Per 1 juli 2026 treedt een wetswijziging in werking waardoor de grondslag van de berekening van de motorrijtuigenbelasting en provinciale opcenten wordt aangepast.

Voortaan wordt niet langer uitgegaan van de “eigen massa” van het voertuig, maar van de “massa rijklaar” zoals opgenomen in het kentekenregister. Door die aanpassing is ook aanpassing van de definitie van “toegestane maximum massa” noodzakelijk. Met de wijzigingen zijn geen gevolgen voor de hoogte van de te betalen motorrijtuigenbelasting of provinciale opcenten beoogd. Deze wetswijzigingen komen voort uit de Overige fiscale maatregelen 2018 (V-N 2018/5.3.2) en de Fiscale verzamelwet 2026 (V-N 2026/4.2.1). Inwerkingtreding was afhankelijk van het moment waarop de modernisering van het heffingssysteem voor de motorrijtuigenbelasting zou zijn afgerond.

In de genoemde wetgeving is van de gelegenheid gebruikgemaakt om de leesbaarheid van de tariefstructuur voor de provinciale opcenten te verbeteren. Een redactionele aanpassing was noodzakelijk voor een in het Belastingplan 2025 (V-N 2025/4.3.1) opgenomen wijziging die op 1 januari 2030 in werking treedt. Concreet moet worden gewaarborgd dat de tariefkorting voor emissievrije personenauto’s per 1 januari 2030 vervalt.

Wetingang:

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 2

Provinciewet artikel 222

[Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Belastingheffing van motorrijtuigen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 30 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen