Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de heffingsambtenaar de kapitalisatiefactor die hij heeft gehanteerd niet afdoende heeft onderbouwd.

Aan X zijn WOZ-beschikkingen afgegeven voor een aantal kantoorpanden, voor belastingjaar 2012. De heffingsambtenaar vermindert deze in bezwaar. Rechtbank Gelderland verklaart het beroep ongegrond. X komt in hoger beroep. In hoger beroep is de kapitalisatiefactor in geschil. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat geen van beide partijen de WOZ-waarden aannemelijk maken. Bij de bottom-up-methode wordt de kapitalisatiefactor onder andere bepaald door een inschatting te maken van het door een investeerder (potentiële koper) gewenste rendement. Dit rendement bestaat uit een risicovrij rendement en een risico-opslag. De heffingsambtenaar heeft de risico-opslag te summier onderbouwd, tegenover de betwisting door X. Ook het leegstandsrisico van 5% is niet voldoende onderbouwd. Daarbij maakt de heffingsambtenaar de door hem voorgestane hogere gecorrigeerde vervangingswaarde niet aannemelijk. Niet aannemelijk is de vervangingswaarde van de grond. De waarden die X voorstaat worden ook verworpen. Ook in zijn berekeningen ontbreekt een adequate onderbouwing van de risico-opslag. Het hof stelt de waarden in goede justitie vast.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 5 mei

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen