Op grond van de cao Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen hebben coassistenten die werkzaam zijn in een ziekenhuis recht op een vergoeding ter tegemoetkoming van de studiekosten en een stagevergoeding. De stagevergoeding is een tegemoetkoming in kosten van levensonderhoud en ziet niet op het vergoeden van werkelijke kosten die opkomen door het verrichten van werkzaamheden. Er is daarom sprake van een fictieve dienstbetrekking tussen het ziekenhuis en de coassistent. Omdat de totale vergoeding de normbedragen van de vrijwilligersregeling overschrijdt, is deze niet van toepassing. De cao bepaalt namelijk dat zij (in 2025) een stagevergoeding van maandelijks € 150 ontvangen en daarnaast € 150 aan studiekosten mogen declareren. Coassistenten bij UMC’s ontvangen op grond van de cao Universitaire Medische Centra uitsluitend een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten (studiekosten en eventueel reiskosten). Zij hebben geen fictieve dienstbetrekking bij het UMC en vallen onder de vrijwilligersregeling wanneer het UMC een algemeen nut beogende instelling is of een organisatie die niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld en aan de normbedragen wordt voldaan.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 3
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31A
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 2
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.96
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 2 februari
Informatiesoort: VN Vandaag