De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft aangegeven welk bedrag bij de berekening van de pensioenaangroei voor de bepaling van de jaarruimte in mindering moet worden gebracht als de belastingplichtige Belgisch rustpensioen opbouwt.

Het gaat om de jaren 2015 tot en met 2025.

De basis voor de berekening van de jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies is een jaarlijks te bepalen percentage van de premiegrondslag. Bij de bepaling van de hoogte van de premiegrondslag wordt al rekening gehouden met het feit dat in reguliere gevallen recht zal bestaan op een AOW-uitkering. Op de uitkomst van die berekening komt vervolgens een bedrag in verband met de opbouw van pensioenrechten in mindering. Als daarbij de volledige aangroei van het Belgisch rustpensioen in aanmerking zou worden genomen, leidt dit tot een feitelijk te lage jaarruimte voor de lijfrentepremieaftrek. Er wordt in dat geval opnieuw rekening gehouden met de gerechtigdheid tot een publiekrechtelijke (Belgische) oudedagsuitkering.

De Staatssecretaris van Financiën heeft in het besluit van 21 januari 2025, Stcrt. 2025, 3741, V-N 2025/8.6 goedgekeurd dat personen die in een jaar aanspraken voor een Belgisch rustpensioen opbouwen bij de berekening van de aangroei in dat jaar op het bedrag van de aangroei van jaarlijkse uitkeringen volgens een pensioenregeling een forfaitair bedrag in mindering brengen.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1.7

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.127

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 12 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen