De Kennisgroep successiewet stelt dat er bij uitbreidingsinvesteringen in losse bedrijfsmiddelen geen nieuwe bezitstermijn aanvangt voor de BOR in de successiewet. Ophouden met een tak van een gemengd bedrijf kan in strijd zijn met het voortzettingsvereiste van de BOR indien er sprake is van een gedeeltelijke staking.

In de voorgelegde casus is er sprake van een gemengd bedrijf. De activiteiten van het bedrijf bestaan uit zowel veeteelt als akkerbouw. De veeteelttak wordt verkocht en in samenhang daarmee wordt drie hectare grond en machines verworven voor de akkerbouwgronden. De herinvesteringsreserve wordt terecht toegepast. Deze uitbreidingsinvesteringen leiden volgens de kennisgroep niet tot het aanvangen van een nieuwe bezitstermijn voor de BOR. Of het ophouden met een tak van een gemengd bedrijf in strijd is met het voortzettingsvereiste van de BOR hangt volgens de kennisgroep af van of er sprake is van een gedeeltelijke staking. Hiervoor is niet relevant dat met de verkoopopbrengst een herinvesteringsreserve wordt gevormd. De beoordeling van een gedeeltelijke staking gebeurt aan de hand van jurisprudentie voor de IB. Het identiteitscriterium kan spelen bij een gemengd bedrijf. In deze casus zal de verkoop van de veeteelttak onder gelijktijdige uitbreiding van de akkerbouwtak op zichzelf niet tot een gedeeltelijke staking leiden omdat de identiteit van de onderneming niet wijzigt.  

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.54

Successiewet 1956 35e

Successiewet 1956 35d

[Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 22 juni

70

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen