De eerste casus betreft een inwoner van het Verenigd Koninkrijk die een Nederlandse lijfrente afkoopt vóór het tijdstip van aanvang van de periodieke uitkering. De tweede casus betreft een inwoner van Nederland die een Brits pensioen afkoopt op of rond het aanvangsmoment van de periodieke AOW-uitkering in Nederland. In beide casusposities is de afkoopbepaling van het pensioenartikel in het Verdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk volgens de Kennisgroep niet van toepassing omdat zowel de (afkoopsom van de) Nederlandse lijfrente als de AOW-uitkering niet kwalificeren als Nederlands tweedepijlerpensioen en daarmee geen ‘pensioen’ zijn in de zin van de afkoopbepaling.
Wetingang:
Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht artikel 31
Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht artikel 32
Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht artikel 33
Rubriek: Internationaal belastingrecht, Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 4 februari
Informatiesoort: VN Vandaag