Een wetswijziging kan een bijzondere omstandigheid vormen die keuzeherziening rechtvaardigt. Er moet dan wel aannemelijk worden gemaakt dat onder de nieuwe wettelijke regeling een andere etiketkeuze zou zijn gemaakt dan onder de oude regeling. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep winstbepaling.

X heeft een eenmanszaak en schaft in 2024 een youngtimer aan, een personenauto van 15 jaar oud. X rekent de auto tot het ondernemingsvermogen. Op grond van het Belastingplan 2026 geldt de youngtimerregeling vanaf 2027 alleen nog voor auto’s van 25 jaar of ouder en bedraagt de bijtelling voor het privégebruik 22% van de cataloguswaarde.

Iedere individuele belastingplichtige moet aannemelijk maken dat een andere keuze zou zijn gemaakt indien de nieuwe wettelijke regeling voor de bijtelling privégebruik zou hebben gegolden. Hoe deze bewijslast kan worden ingevuld, is afhankelijk van de specifieke situatie van de belastingplichtige. 

X kan op grond van het arrest van de Hoge Raad van 19 november 2005, ECLI:NL:HR:2004:AP5966, V-N 2004/63.16, zijn keuze herzien na inwerkingtreding van het nieuwe bijtellingspercentage per 1 januari 2027.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.20

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 9 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen