X komt in bezwaar en beroep tegen een aanslag watersysteemheffing voor een bedrijfspand. Rechtbank Oost-Brabant verklaart het beroep gegrond omdat de WOZ-waarde van het pand ten tijde van de uitspraak op bezwaar nog niet onherroepelijk vaststond.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X de stelling dat de opbrengstlimiet is overschreden te laat heeft ingenomen. Deze grief is pas kort vóór de zitting aangevoerd en blijft daarom wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing. Het hof oordeelt verder dat de rechtbank de proceskostenvergoeding op goede gronden heeft gematigd. X had kunnen volstaan met een kort beroepschrift waarna de rechtbank de zaak zonder zitting had kunnen afdoen. De rechtbank heeft terecht geen ISV toegekend omdat de redelijke termijn in de fase van bezwaar en beroep niet was overschreden. Voor de fase van hoger beroep is de termijn wel overschreden, maar heeft X niet aannemelijk gemaakt dat het financiële belang bij de procedure hoger is dan € 1000.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 maart
Informatiesoort: VN Vandaag