X is het oneens met een naheffingsaanslag parkeerbelasting 2021 van de gemeente Amsterdam, bestaande uit € 1,40 aan nageheven parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten. In geschil is of de gemeente de kosten per naheffingsaanslag parkeerbelasting 2021 te hoog vaststelt in de Verordening.
Hof Amsterdam verwerpt de grieven van X tegen de kostencomponent. De gemeente heeft bijna alle kosten die verband houden met de fiscale parkeerregulering meegenomen in de raming voor de kostencomponent. Het hof acht dit in overwegende mate in lijn met de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Hoewel enkele kosten onterecht of voor een te hoog bedrag zijn meegenomen, blijft de totale berekening van de gemeente (€ 71,24) nog altijd boven het vastgestelde maximum (€ 65,30), dat ook in de gemeentelijke verordening is opgenomen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO). Na conclusie van Advocaat-generaal Pauwels (V-N 2024/55.18.11).
Wetingang:
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 28 januari
Informatiesoort: VN Vandaag