De aandelen van belanghebbende (X bv) zijn in handen van A. In 1994 en 1996 verkoopt A letteraandelen in belanghebbende aan D bv. D bv is een vennootschap van de kinderen van A. D bv blijft de koopsom schuldig. Kort na de koop keert belanghebbende een dividend uit op de aandelen die in bezit zijn van D bv, waardoor de schulden deels worden afgelost. Boekhoudkundig wordt de vordering op D bv verwerkt bij B bv, een dochtermaatschappij van belanghebbende. Nadat belanghebbende de aandelen in haar werkmaatschappijen heeft verkocht, gaat de vordering op D bv over op belanghebbende. In 2003 waardeert belanghebbende de vordering op D bv af met € 700.000. De inspecteur corrigeert de afwaardering vervolgens. Rechtbank Arnhem verklaart belanghebbendes beroep ongegrond. Hof Arnhem oordeelt dat belanghebbende het debiteurenrisico heeft aanvaard uit aandeelhoudersmotieven, omdat de aandelen D bv in handen zijn van de kinderen van haar dga en dat belanghebbende het afwaarderingsverlies niet ten laste van haar winst mag brengen. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende niet-ontvankelijk, omdat het niet de gronden van het beroep bevat. Verder wijst de Hoge Raad er op dat belanghebbende het verzuim ook niet binnen de door de griffier gestelde termijn van zes weken is hersteld.
Gerelateerde artikelen
Belastingrente-arrest Hoge Raad kost kabinet dit jaar ruim kwart miljard euro
Het oordeel van de Hoge Raad vorige maand dat de rente voor belastingschulden van bedrijven niet verhoogd mag worden (V-N 2026/5.21), kost de schatkist dit jaar € 264 miljoen. Dat schrijft Staatssecretaris Heijnen van Financiën aan de Tweede Kamer.
Fiscus beantwoordt vragen over arrest belastingrente VPB
De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat de Belastingdienst het hogere belastingrentepercentage niet mag toepassen op de vennootschapsbelasting. Daarom zal voor de vennootschapsbelasting hetzelfde belastingrentepercentage gelden als voor de andere belastingen. De Belastingdienst beantwoordt vier vragen over dit onderwerp.
Tijd voor verhoging van de vermogensgrens voor het structuurregime
Het is inmiddels ruim twintig jaar geleden dat de vermogensgrens voor toepassing van het structuurregime is vastgesteld. Deze grens ligt sinds 2004 op € 16 mln. Het is de hoogste tijd voor een verhoging.