De aandelen van belanghebbende (X bv) zijn in handen van A. In 1994 en 1996 verkoopt A letteraandelen in belanghebbende aan D bv. D bv is een vennootschap van de kinderen van A. D bv blijft de koopsom schuldig. Kort na de koop keert belanghebbende een dividend uit op de aandelen die in bezit zijn van D bv, waardoor de schulden deels worden afgelost. Boekhoudkundig wordt de vordering op D bv verwerkt bij B bv, een dochtermaatschappij van belanghebbende. Nadat belanghebbende de aandelen in haar werkmaatschappijen heeft verkocht, gaat de vordering op D bv over op belanghebbende. In 2003 waardeert belanghebbende de vordering op D bv af met € 700.000. De inspecteur corrigeert de afwaardering vervolgens. Rechtbank Arnhem verklaart belanghebbendes beroep ongegrond. Hof Arnhem oordeelt dat belanghebbende het debiteurenrisico heeft aanvaard uit aandeelhoudersmotieven, omdat de aandelen D bv in handen zijn van de kinderen van haar dga en dat belanghebbende het afwaarderingsverlies niet ten laste van haar winst mag brengen. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende niet-ontvankelijk, omdat het niet de gronden van het beroep bevat. Verder wijst de Hoge Raad er op dat belanghebbende het verzuim ook niet binnen de door de griffier gestelde termijn van zes weken is hersteld.
Gerelateerde artikelen
Aantal EU-ministers van Financiën willen winstbelasting energiebedrijven
Vijf Europese ministers van Financiën willen dat de Europese Commissie een belasting op de winsten van energiebedrijven invoert, vanwege de flink gestegen brandstofprijzen door de Iranoorlog. De ministers van Duitsland, Italië, Spanje, Portugal en Oostenrijk deden deze oproep in een brief aan eurocommissaris Hoekstra (Klimaat), die persbureau Reuters heeft ingezien.
NOB uit kritiek op complexiteit bepalen ingeprijsd valutaresultaat
De NOB ziet zowel praktische als principiële bezwaren bij het conceptvoorstel Consultatie aanpassing fiscale behandeling ingeprijsd valutaresultaat deelnemingsvrijstelling (V-N 2026/13.9). Dit blijkt uit de reactie van de NOB op de internetconsultatie. De NOB vraagt aandacht voor de complexiteit van het bepalen van het ingeprijsde valutaresultaat, een mogelijk onevenwichtige uitkomst voor belastingplichtigen, en geeft in overweging om een alternatief te onderzoeken.
Internationaal concern mocht oude verliezen van Nederlandse deel verrekenen met latere winsten
Rechtbank Noord-Holland heeft in een uitspraak een internationaal concern gelijk gegeven in een zaak tegen de Belastingdienst. Het bedrijf mocht oude verliezen verrekenen met latere winsten van vennootschappen die bij het Nederlandse deel van het concern horen.