Met de intrekking van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II wordt de verhuurderheffing per 1 januari 2023 afgeschaft. Hugo de Jonge, Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening reageert in de nota naar aanleiding van het verslag op opmerkingen van Tweede Kamerleden.

De afschaffing van de verhuurderheffing leidt tot meer leencapaciteit en daarmee tot meer investeringsvermogen. De verhuurderheffing heeft namelijk een negatief effect op de waarde van de woningen en op de sociale huursector. In de periode van 2013 tot en met 2020 is het aantal sociale huurwoningen met 70.000 afgenomen. De woningcorporaties hebben de komende jaren voldoende financiële middelen nodig voor de bouw van betaalbare woningen, renovatie en verduurzaming.

De vennootschapsbelasting en/of earningsstrippingmaatregel drukt niet op de waarde van de woningen maar op het exploitatieresultaat van woningcorporaties. Een verlaging van de vennootschapsbelasting heeft daardoor een minder groot effect op de leencapaciteit dan het afschaffen van de verhuurderheffing.

In december 2022 wordt meer duidelijkheid gegeven over de huurkorting voor slecht geïsoleerde woningen. Deze korting wordt waarschijnlijk verleend door het aanpassen van het woningwaarderingsstelsel (WWS).

Verder heeft het kabinet ervoor gekozen om de Regeling vermindering verhuurdersheffing (RVV) niet te verlengen tot en met 31 december 2022. Reden hiervoor is de lastenverlaging die de afschaffing van de verhuurdersheffing vanaf 1 januari 2023 met zich meebrengt.

Wetsartikelen:

Wet maatregelen woningmarkt 2014 II 1.1

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Verhuurderheffing

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

7

Gerelateerde artikelen