Staatssecretaris Van Rij van Financiën heeft de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel Overbruggingswet box 3 naar de Eerste Kamer gestuurd.

Hierin wordt uitgelegd waarom de heffingsgrondslag geen rekening houdt met inflatie. Dit heeft met name te maken met de complexiteit voor de uitvoering. Daarnaast kan dit arbitrage richting box 3 versterken en wordt spiegelbeeldig extra belasting geheven in het geval van deflatie.

Verder wordt bevestigd dat voor de situatie van een echtpaar dat een periodiek verrekenbeding met elkaar heeft afgesproken de situatie zich voor kan doen dat de vordering voor een hoger en de schuld voor een lager forfaitair rendement in de berekening van de belastinggrondslag wordt betrokken. Dit is een uitvloeisel van de gemaakte keuze die over het geheel als proportioneel wordt geacht.

Als laatste gaat de nota in op het effect van het wetsvoorstel op de investeringsbeslissing van vastgoedinvesteerders en in hoeverre bij de berekening van de nieuwe percentages in de tabel van de leegwaarderatio rekening is gehouden met de verschillen in het land en met stijgende rentelasten.

Lees ook het thema Wetsvoorstel Overbruggingswet box 3 (36204).

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

[Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Dossiers: Prinsjesdag 2022, Box 3

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

35

Gerelateerde artikelen