X gaat in bezwaar tegen de WOZ-beschikking en aanslag gemeentelijke heffingen. De heffingsambtenaar komt deels aan het bezwaar tegemoet en kent een kostenvergoeding van € 265 toe. X gaat in beroep. Om proceseconomische redenen stemt de heffingsambtenaar in met de door X bepleite waarde. In een e-mail zegt de heffingsambtenaar onvoorwaardelijk toe € 759 aan proceskosten voor de beroepsfase te vergoeden bij intrekking van het beroep. X trekt op 27 juli 2022 het beroep in en verzoekt om een proceskostenvergoeding. De rechtbank wijst het verzoek af omdat gemachtigde Y geen professionele rechtshulpverlener is. X gaat in hoger beroep.
Hof Amsterdam oordeelt dat Y niet als beroepsmatig rechtsbijstandverlener kwalificeert, zodat X zonder toezegging geen aanspraak heeft op een wettelijke proceskostenvergoeding. Toch kent het hof de gevraagde vergoeding toe, omdat de heffingsambtenaar in zijn e-mail een onvoorwaardelijke toezegging doet om € 759 bij intrekking van het beroep te betalen. X mag op deze toezegging vertrouwen. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, gelast betaling van € 759 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van wettelijke rente over dit bedrag.
Wetingang:
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.54
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Waardering onroerende zaken
Editie: 6 maart
Informatiesoort: VN Vandaag