X exploiteert in maatschapsverband een melkveebedrijf met zijn vrouw en zoon. Hij bewoont de vrijstaande bedrijfswoning met zijn vrouw. De zoon bewoont ook een zelfstandige woning bij het bedrijf. X is het niet eens met de WOZ-waarden van de objecten. Volgens X vormen de drie objecten (de bedrijfswoning, het bedrijf en de woning van de zoon) namelijk één WOZ-object. Verder is hij van mening dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de waardedruk van het PAS-melderschap.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de drie onroerende zaken voor de WOZ terecht als drie afzonderlijke WOZ-objecten zijn aangemerkt. De objecten hebben namelijk verschillende gebruikers. Met betrekking tot de WOZ-waarden is de rechtbank van mening dat ten onrechte geen rekening is gehouden met het PAS-melderschap. Volgens de rechtbank verkeerden PAS-melders, zoals X, op de waardepeildatum in onzekerheid over de legalisatie in verband met de PAS-melding. De rechtbank overweegt vervolgens dat de in de Taxatiewijzer Agrarisch gebruikte kengetallen zijn gebaseerd op marktgegevens van agrarische objecten die over de benodigde vergunningen beschikken en dus niet door het PAS-melderschap worden geraakt. Dit heeft een waardedrukkend effect. De rechtbank volgt het door X genoemde waardedrukkend effect van 25% niet, omdat dit niet is onderbouwd. De waarde wordt daarom in goede justitie vastgesteld. Omdat X de waarde van de woning niet gemotiveerd heeft betwist, handhaaft de rechtbank deze waarde.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 19 maart
Informatiesoort: VN Vandaag
Dossiers: Agro