X woont in Nederland en is in 2015 in loondienst werkzaam als bemanningslid op zeeschepen van bedrijf 1. X verricht als ‘3rd officer’ per 13 juli 2015 werkzaamheden op een buitenlandse scheepswerf aan boord van een zeeschip in aanbouw. Op zijn loon van 2015 is door de werkgever steeds premie volksverzekeringen ingehouden. In zijn IB-aangifte stelt X dat hij vanaf 12 juli 2015 niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen. De aanslag is conform de aangifte opgelegd. In geschil is of de inspecteur later kan navorderen, uitgaande van een premieplicht voor het gehele jaar. Volgens de inspecteur was X per brief tijdig op de hoogte gesteld van het feit dat de aanslag door een fout te laag zou zijn. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. X stelt in hoger beroep dat er vóór hem iemand anders zijn functie heeft uitgevoerd en dat zijn werkgever geen detacheringsverklaring bij de SVB had aangevraagd.
Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2025/46.1.4) oordeelt dat X het gehele jaar 2015 in Nederland premieplichtig is voor de volksverzekeringen. Op X rust de bewijslast dat hij is uitgezonden ter vervanging van een andere gedetacheerde werknemer (detacheringsverbod art. 12 lid 1 Vo 883/2004). Hij is de meest gerede partij die hierover duidelijkheid kan verschaffen. Bij een schip in aanbouw komt het personeel geleidelijk aan boord en het is dus niet vanzelfsprekend dat de functie van X reeds door een ander werd uitgevoerd. Het ontbreken van een detacheringsverklaring is niet relevant. Bij de primitieve aanslag is méér dan 30% te weinig premie geheven, zodat het niet weerlegbare bewijsvermoeden geldt dat het voor X redelijkerwijs kenbaar was dat deze te laag was. Het hoger beroep van X is ongegrond.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Verordening (EG) Nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels artikel 12
Verordening (EG) Nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels artikel 11
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Premieheffing, Internationale sociale zekerheid
Editie: 24 maart
Informatiesoort: VN Vandaag