De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State acht zich bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep omdat de last onder bestuursdwang, die aan X is opgelegd wegens het innemen van een ligplaats zonder geldig binnenhavengeldvignet, niet kan worden aangemerkt als een besluit ingevolge de belastingwet.

X meert een vaartuig af bij de Rieteilanden in IJburg (Amsterdam). B&W legt een last onder bestuursdwang op, omdat in strijd met de Verordening op het binnenwater 2010 zonder geldig binnenhavengeldvignet ligplaats wordt ingenomen.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State acht zich bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep omdat de last onder bestuursdwang, die aan X is opgelegd wegens het innemen van een ligplaats zonder geldig binnenhavengeldvignet, niet kan worden aangemerkt als een besluit ingevolge de belastingwet. Hoewel de aanwezigheid van een vignet samenhangt met de heffing van binnenhavengeld, is die samenhang niet zodanig dat sprake is van een ingevolge de belastingwet genomen besluit. De belastingrechter is daarom niet bevoegd. Het betoog van X dat hij vanwege zijn eigendom van de steiger en het aanbrengen van meerpalen een exclusief gebruiksrecht heeft op het omliggende water, slaagt niet. Het water rondom de steiger van X kwalificeert als “openbaar water” in de zin van de Verordening op het binnenwater 2010 en is niet aan de openbare dienst onttrokken. Het water ligt binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam en is voor het publiek bevaarbaar en toegankelijk. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 229

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 23 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen