Het Hof van Justitie EU oordeelt dat art. 10 EU-verordening nr. 904/2010 geen gevolgen verbindt aan een termijnoverschrijding bij een belastingcontrole waarbij om inlichtingen in een andere lidstaat is verzocht.

Het Slowaakse Hydina SK s.r.o. brengt BTW in aftrek in verband met de levering van vleesproducten door het, eveneens, Slowaakse Argus Plus spol. s r.o. in december 2013. De Slowaakse Belastingdienst stelt een onderzoek in, omdat er twijfel bestaat of Argus wel goederen heeft geleverd. Het onderzoek wordt tweemaal geschorst, omdat de Belastingdienst Polen en Hongarije om inlichtingen had gevraagd. De Belastingdienst concludeert uiteindelijk dat Hydina geen enkel bewijs heeft overgelegd waaruit blijkt dat Argus de vleesproducten daadwerkelijk heeft geleverd. De Belastingdienst vordert daarop € 175.000 aan BTW van Hydina. Hydina is echter van mening dat het onderzoek buitensporig lang heeft geduurd, omdat het niet binnen één jaar was afgesloten. De Slowaakse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat art. 10 EU-verordening nr. 904/2010 geen gevolgen verbindt aan een termijnoverschrijding bij een belastingcontrole waarbij om inlichtingen in een andere lidstaat is verzocht. Hydina kan dus geen rechten ontlenen aan deze bepaling. De termijnoverschrijding heeft geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de schorsing van de belastingcontrole. Ook regelt deze verordening niet de maximumduur van een belastingcontrole of de voorwaarden waaronder een dergelijke controle kan worden geschorst wanneer de in de verordening neergelegde procedure voor uitwisseling van inlichtingen wordt gestart. Hydina kan zich dan ook niet met succes op deze verordening beroepen om de rechtmatigheid van de schorsing van de belastingcontrole waaraan hij is onderworpen, aan te vechten op grond van de buitensporig lange duur ervan. Verder verleent de verordening ook geen specifieke rechten aan de belastingplichtigen. De verordening bevat namelijk geen uitdrukkelijke bepaling in die zin.

[Nieuwsbron]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 4 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

  365
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen