D bv houdt, via stichting E, de aandelen in belanghebbende (X bv). B houdt (indirect) de aandelen D bv en is bestuurder van D bv en stichting E. D bv is de bestuurder van belanghebbende. Belanghebbende heeft een schuld van ruim € 3,5 mln aan D bv en brengt de daarover verschuldigde rente in aftrek. De inspecteur is van mening dat er sprake is van een groep in de zin van art. 2:24b BW, waarvan belanghebbende en D bv onderdeel uitmaken, en corrigeert de renteaftrek op grond van art. 10d Wet Vpb. Belanghebbende stelt dat D bv geen overheersende zeggenschap over haar heeft, omdat haar aandelen zijn gecertificeerd en niet royeerbaar zijn, zodat er geen sprake is van een organisatorische verbondenheid en ook niet van een groep in de zin van art. 2:24b BW. Rechtbank Arnhem oordeelt dat de feitelijke zeggenschap over belanghebbende bij D bv ligt. De rechtbank acht daarbij van belang dat D bv de bestuurder van belanghebbende is en dat B de enige bestuurder van D bv en stichting E is. Volgens de rechtbank heeft D bv – via B – de macht om het financiële en economische beleid ten aanzien van belanghebbende te bepalen. Volgens de rechtbank is er dan ook sprake van een groepsverband tussen belanghebbende en D bv. De inspecteur heeft dan ook terecht, onder toepassing van art. 10d Wet Vpb, de renteaftrek beperkt.
Gerelateerde artikelen
Belastingrente-arrest Hoge Raad kost kabinet dit jaar ruim kwart miljard euro
Het oordeel van de Hoge Raad vorige maand dat de rente voor belastingschulden van bedrijven niet verhoogd mag worden (V-N 2026/5.21), kost de schatkist dit jaar € 264 miljoen. Dat schrijft Staatssecretaris Heijnen van Financiën aan de Tweede Kamer.
Fiscus beantwoordt vragen over arrest belastingrente VPB
De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat de Belastingdienst het hogere belastingrentepercentage niet mag toepassen op de vennootschapsbelasting. Daarom zal voor de vennootschapsbelasting hetzelfde belastingrentepercentage gelden als voor de andere belastingen. De Belastingdienst beantwoordt vier vragen over dit onderwerp.
Tijd voor verhoging van de vermogensgrens voor het structuurregime
Het is inmiddels ruim twintig jaar geleden dat de vermogensgrens voor toepassing van het structuurregime is vastgesteld. Deze grens ligt sinds 2004 op € 16 mln. Het is de hoogste tijd voor een verhoging.